13.6.2016
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 211/18
Arrest van het Hof (Eerste kamer) van 21 april 2016 (verzoek om een prejudiciële beslissing, ingediend door het Oberste Gerichtshof — Oostenrijk) — Austro-Mechana Gesellschaft zur Wahrnehmung mechanisch-musikalischer Urheberrechte Gesellschaft mbH/Amazon EU Sàrl, Amazon Services Europe Sàrl, A GmbH, Amazon Logistik GmbH, Amazon Media Sàrl
(Zaak C-572/14) (1)
([Prejudiciële verwijzing - Verordening (EG) nr. 44/2001 - Rechterlijke bevoegdheid in burgerlijke en handelszaken - Artikel 5, punt 3 - Begrip „verbintenissen uit onrechtmatige daad” - Richtlijn 2001/29/EG - Harmonisatie van bepaalde aspecten van het auteursrecht en de naburige rechten in de informatiemaatschappij - Artikel 5, lid 2, onder b) - Reproductierecht - Uitzonderingen en beperkingen - Reproductie voor privégebruik - Billijke compensatie - Niet-betaling - Eventueel begrepen onder het toepassingsgebied van artikel 5, punt 3, van verordening (EG) nr. 44/2001])
(2016/C 211/21)
Procestaal: Duits
Verwijzende rechter
Oberster Gerichtshof
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partijen: Austro-Mechana Gesellschaft zur Wahrnehmung mechanisch-musikalischer Urheberrechte Gesellschaft mbH
Verwerende partijen: Amazon EU Sàrl, Amazon Services Europe Sàrl, A GmbH, Amazon Logistik GmbH, Amazon Media Sàrl
Dictum
Artikel 5, punt 3, van verordening (EG) nr. 44/2001 van de Raad van 22 december 2000 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken moet aldus worden uitgelegd dat een vordering strekkende tot betaling van een vergoeding die verschuldigd is krachtens een nationale regeling als die welke in het hoofdgeding aan de orde is, waarbij het stelsel van „billijke compensatie” wordt toegepast dat is vastgesteld in artikel 5, lid 2, onder b), van richtlijn 2001/29/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2001 betreffende de harmonisatie van bepaalde aspecten van het auteursrecht en de naburige rechten in de informatiemaatschappij, onder het begrip „verbintenissen uit onrechtmatige daad” in de zin van artikel 5, punt 3, van deze verordening valt.
(1) PB C 81 van 9.3.2015.
Full & Egal Universal Law Academy