25.7.2016
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 270/10
Beschikking van het Hof (Negende kamer) van 7 april 2016 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Tribunale regionale di giustizia amministrativa di Trento — Italië) — Antonio Tita, Alessandra Carlin, Piero Constantini/Ministero della Giustizia, Ministero dell’Economia e delle Finanze, Presidenza del Consiglio dei Ministri, Segretario Generale del Tribunale Regionale di Giustizia Amministrativa di Trento (TRGA)
(Zaak C-495/14) (1)
((Prejudiciële verwijzing - Artikel 99 van het Reglement voor de procesvoering van het Hof - Richtlijn 89/665/EEG - Overheidsopdrachten - Nationale wettelijke regeling - Leges voor toegang tot de bestuursrechter op het gebied van overheidsopdrachten - Recht op een doeltreffende voorziening in rechte - Ontmoedigende leges - Rechterlijke toetsing van administratieve handelingen - Doeltreffendheidsbeginsel en gelijkwaardigheidsbeginsel))
(2016/C 270/12)
Procestaal: Italiaans
Verwijzende rechter
Tribunale regionale di giustizia amministrativa di Trento
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partijen: Antonio Tita, Alessandra Carlin, Piero Constantini
Verwerende partijen: Ministero della Giustizia, Ministero dell’Economia e delle Finanze, Presidenza del Consiglio dei Ministri, Segretario Generale del Tribunale Regionale di Giustizia Amministrativa di Trento (TRGA)
Dictum
Artikel 1 van richtlijn 89/665/EEG van de Raad van 21 december 1989 houdende de coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende de toepassing van de beroepsprocedures inzake het plaatsen van overheidsopdrachten voor leveringen en voor de uitvoering van werken, zoals gewijzigd bij richtlijn 2007/66/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2007, en de beginselen van gelijkwaardigheid en doeltreffendheid moeten aldus worden uitgelegd dat zij zich niet verzetten tegen een nationale regeling op grond waarvan bij het instellen van een beroep op het gebied van overheidsopdrachten bij de bestuursrechter griffierechten als het in het hoofdgeding aan de orde zijnde standaardrecht verschuldigd zijn.
(1) PB C 26 van 26.1.2015.
Full & Egal Universal Law Academy