20.7.2015
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 236/21
Beschikking van het Hof (Eerste kamer) van 4 juni 2015 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen — België) — Argenta Spaarbank NV/Belgische Staat
(Zaak C-578/14) (1)
((Prejudiciële verwijzing - Vennootschapsbelasting - Richtlijn 90/435/EEG - Artikelen 1, lid 2, en 4, lid 2 - Moedermaatschappijen en dochterondernemingen uit verschillende lidstaten - Gemeenschappelijke fiscale regeling - Aftrekbaarheid van de belastbare winst van de moedermaatschappij - Feitelijke en juridische context van het hoofdgeding - Redenen waarom een antwoord op de prejudiciële vraag noodzakelijk is - Onvoldoende preciseringen - Kennelijke niet-ontvankelijkheid))
(2015/C 236/30)
Procestaal: Nederlands
Verwijzende rechter
Rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Argenta Spaarbank NV
Verwerende partij: Belgische Staat
Dictum
Het verzoek om een prejudiciële beslissing dat de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen (België) bij beslissing van 28 november 2014 heeft ingediend, is kennelijk niet-ontvankelijk.
(1) PB C 81 van 9.3.2015.
Full & Egal Universal Law Academy