ARREST VAN HET HOF (Tweede kamer)
28 januari 2016 ( *1 )
„Niet-nakoming — Richtlijn 91/271/EEG — Behandeling van stedelijk afvalwater — Artikel 4 — Secundaire behandeling of gelijkwaardig proces — Bijlage I, delen B en D”
In zaak C‑398/14,
betreffende een beroep wegens niet-nakoming krachtens artikel 258 VWEU, ingesteld op 20 augustus 2014,
Europese Commissie, vertegenwoordigd door P. Guerra e Andrade en E. Manhaeve als gemachtigden,
verzoekster,
tegen
Portugese Republiek, vertegenwoordigd door L. Inez Fernandes, J. Reis Silva en J. Brito e Silva als gemachtigden,
verweerster,
wijst
HET HOF (Tweede kamer),
samengesteld als volgt: R. Silva de Lapuerta, president van de eerste kamer, waarnemend voor de president van de tweede kamer, J. L. da Cruz Vilaça, A. Arabadjiev, C. Lycourgos (rapporteur) en J.‑C. Bonichot, rechters,
advocaat-generaal: P. Cruz Villalón,
griffier: M. Ferreira, hoofdadministrateur,
gezien de stukken en na de terechtzitting op 17 juni 2015,
gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 22 september 2015,
het navolgende
Arrest
1
De Europese Commissie verzoekt het Hof vast te stellen dat de Portugese Republiek, door niet een toereikend niveau te verzekeren voor de behandeling van het stedelijk afvalwater in 52 agglomeraties, de verplichtingen niet is nagekomen die op haar rusten krachtens artikel 4 van richtlijn 91/271/EEG van de Raad van 21 mei 1991 inzake de behandeling van stedelijk afvalwater (PB L 135, blz. 40), zoals gewijzigd bij verordening (EG) nr. 1137/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2008 (PB L 311, blz. 1; hierna: „richtlijn 91/271”).
Toepasselijke bepalingen
2
De eerste, de derde, de vierde en de achtste overweging van richtlijn 91/271 luiden:
„Overwegende dat de Raad de Commissie in zijn resolutie van 28 juni 1988 betreffende de bescherming van de Noordzee en van andere wateren in de Gemeenschap [PB C 209, blz. 3] heeft verzocht voorstellen in te dienen voor maatregelen die op gemeenschapsniveau zijn vereist voor de behandeling van gemeentelijk afvalwater;
[...]
Overwegende dat stedelijk afvalwater in het algemeen een secundaire zuivering dient te ondergaan om te voorkomen dat het milieu nadelig wordt beïnvloed door de lozing van ontoereikend gezuiverd stedelijk afvalwater;
Overwegende dat het nodig is in kwetsbare gebieden een ingrijpender zuivering verplicht te stellen; dat in sommige minder kwetsbare gebieden evenwel een primaire zuivering toereikend kan worden geacht;
[...]
Overwegende dat het nodig is de zuiveringsinstallaties, de ontvangende wateren en de afvoer van slib te controleren om ervoor te zorgen dat het milieu wordt beschermd tegen de nadelige gevolgen van lozingen van afvalwater”.
3
Artikel 1 van deze richtlijn luidt:
„Deze richtlijn betreft het opvangen, de behandeling en de lozing van stedelijk afvalwater alsmede de behandeling en de lozing van afvalwater van bepaalde bedrijfstakken.
Deze richtlijn heeft ten doel het milieu te beschermen tegen de nadelige gevolgen van lozingen van bovengenoemde soorten afvalwater.”
4
Artikel 2 van deze richtlijn bepaalt:
„In deze richtlijn wordt verstaan onder:
1.
stedelijk afvalwater: huishoudelijk afvalwater of het mengsel van huishoudelijk afvalwater en industrieel afvalwater en/of afvloeiend hemelwater;
[...]
5.
opvangsysteem: een systeem van leidingen waardoor stedelijk afvalwater wordt opgevangen en afgevoerd;
6.
1 i.e. (inwonerequivalent): de biologisch afbreekbare organische belasting met een biochemisch zuurstofverbruik gedurende vijf dagen (BZV5) van 60 g zuurstof per dag;
[...]
8.
secundaire behandeling: behandeling van stedelijk afvalwater door middel van een proces waarbij in het algemeen biologische behandeling met secundaire bezinking plaatsvindt of een ander proces dat het mogelijk maakt de in tabel 1 van bijlage I vermelde eisen in acht te nemen;
[...]”
5
Artikel 3, lid 1, van deze richtlijn bepaalt:
„De lidstaten zorgen ervoor dat alle agglomeraties voorzien zijn van een opvangsysteem voor stedelijk afvalwater,
—
uiterlijk op 31 december 2000 voor agglomeraties met meer dan 15000 inwonerequivalenten (i.e.),
en
—
uiterlijk op 31 december 2005 voor agglomeraties met 2000 tot 15000 i.e.
[...]”
6
Artikel 4 van richtlijn 91/271 bepaalt:
„1. De lidstaten zorgen ervoor dat stedelijk afvalwater dat in opvangsystemen terechtkomt vóór lozing als volgt aan een secundaire behandeling of een gelijkwaardig proces wordt onderworpen:
—
lozingen van agglomeraties met meer dan 15000 i.e. uiterlijk op 31 december 2000;
—
lozingen van agglomeraties met 10000 tot 15000 i.e. uiterlijk op 31 december 2005;
—
lozingen van agglomeraties met 2000 tot 10000 i.e. in zoet water en estuaria uiterlijk op 31 december 2005.
[...]
3. Lozingen van stedelijke waterzuiveringsinstallaties als bedoeld in de leden 1 en 2 dienen te voldoen aan de toepasselijke eisen van afdeling B van bijlage I. [...]
[...]”
7
Artikel 8, lid 1, van deze richtlijn bepaalt:
„In uitzonderlijke gevallen ten gevolge van technische problemen mogen de lidstaten ten behoeve van geografisch bepaalde bevolkingsgroepen bij de Commissie een speciaal verzoek indienen om voor de toepassing van artikel 4 over meer tijd te beschikken.”
8
Artikel 15, lid 1, eerste streepje, en lid 4, van deze richtlijn bepaalt:
„1. De bevoegde autoriteiten of instanties controleren:
—
de lozingen van stedelijke waterzuiveringsinstallaties op naleving van de eisen van bijlage I.B, overeenkomstig de controleprocedures van bijlage I.D;
[...]
4. De door de bevoegde autoriteiten of instanties bij de tenuitvoerlegging van de leden 1, 2 en 3 verzamelde gegevens worden in de lidstaat bewaard en binnen zes maanden na ontvangst van een verzoek daartoe ter beschikking van de Commissie gesteld.”
9
Deel B van bijlage I bij deze richtlijn, met het opschrift „Lozing van stedelijke waterzuiveringsinstallaties in ontvangende wateren”, bepaalt:
„1.
Waterzuiveringsinstallaties moeten zodanig worden ontworpen of aangepast dat representatieve monsters kunnen worden verkregen van het inkomende afvalwater en van het behandelde effluent voordat dit in de ontvangende wateren wordt geloosd.
2.
Lozingen van stedelijke waterzuiveringsinstallaties die overeenkomstig de artikelen 4 en 5 moeten worden behandeld, moeten voldoen aan de eisen van tabel 1.
[...]”
10
Deel D van bijlage I bij richtlijn 91/271, betreffende de referentiemethoden voor controle en beoordeling van de resultaten, luidt:
„1.
De lidstaten zorgen ervoor dat er een controlemethode wordt toegepast die ten minste in overeenstemming is met het niveau van de hierna aangegeven eisen.
Andere dan de in de punten 2, 3 en 4 vermelde methoden mogen worden gebruikt, mits kan worden aangetoond dat gelijkwaardige resultaten worden verkregen.
De lidstaten verstrekken de Commissie alle relevante informatie omtrent de toegepaste methode. Indien de Commissie van oordeel is dat niet wordt voldaan aan de eisen van de punten 2, 3 en 4, dient zij een passend voorstel bij de Raad in.
2.
Met het debiet evenredige of op tijdsduur gebaseerde 24 uurmonsters moeten genomen worden op dezelfde, welbepaalde plaats in de afvoer en zo nodig in de inlaat van de zuiveringsinstallatie om te controleren of het geloosde afvalwater voldoet aan de eisen van deze richtlijn.
Er worden goede internationale laboratoriumpraktijken toegepast, die gericht zijn op een zo gering mogelijke achteruitgang van de monsters tussen de monsterneming en de analyse.
3.
Het minimumaantal monsters per jaar wordt vastgesteld naargelang van de grootte van de zuiveringsinstallatie en wordt gedurende het jaar met geregelde tussenpozen genomen: – 2 000 tot 9999 i.e.:
12 monsters gedurende het eerste jaar.
4 monsters in de daaropvolgende jaren indien kan worden aangetoond dat het water in het eerste jaar aan de richtlijn voldoet; indien één van de vier monsters niet aan de eisen voldoet, moeten twaalf monsters in het daaropvolgende jaar worden genomen.– 10 000 tot 49999 i.e.:12 monsters;[...]
4.
Het gezuiverde afvalwater wordt geacht te voldoen aan de eisen betreffende de relevante parameters indien voor iedere relevante parameter afzonderlijk uit monsters van het water blijkt dat het als volgt voldoet aan de relevante parameterwaarde:
a)
voor de in tabel 1 en artikel 2, punt 7, vermelde parameters is in tabel 3 een maximaal toegestaan aantal monsters aangegeven dat niet voldoet aan de in concentratie en/of verminderingspercentage uitgedrukte eisen van tabel 1 en artikel 2, punt 7;
b)
voor de parameters van tabel 1 uitgedrukt in concentratie mogen de monsters die niet aan de eisen voldoen onder normale bedrijfsomstandigheden niet meer dan 100 % afwijken van de parameterwaarden. Voor de parameterwaarden in concentratie betreffende het totaal van gesuspendeerde stoffen mogen afwijkingen tot 150 % worden aanvaard;
[...]
5.
Extreme waarden voor de betrokken waterkwaliteit worden buiten beschouwing gelaten indien zij het gevolg zijn van ongebruikelijke situaties, zoals zware regenval.”
11
Tabel 1 van bijlage I bij deze richtlijn bevat de eisen voor lozingen van stedelijke waterzuiveringsinstallaties overeenkomstig de artikelen 4 en 5 van de richtlijn en ziet er als volgt uit:
Parameters
Concentratie
Minimumpercentage van vermindering [vermindering ten opzichte van de vracht van het influent]
Referentie-meetmethode
Biochemisch zuurstofverbruik (BZV5bij 20° C) zonder nitrificatie [...]
25 mg/l O2
70‑90
[...]
[...]
Chemisch zuurstofverbruik (CZV)
125 mg/l O2
75
[...]
Totale hoeveelheid gesuspendeerde stoffen
35 mg/l [...]
35 overeenkomstig artikel 4, lid 2 (meer dan 10 000 i.e.)
60 overeenkomstig artikel 4, lid 2 (2 000 tot 10 000 i.e.)
90 [...]
90 overeenkomstig artikel 4, lid 2 (meer dan 10 000 i.e.)
70 overeenkomstig artikel 4, lid 2 (2 000 tot 10 000 i.e.)
[...]
12
Volgens tabel 3 van bijlage I bij richtlijn 91/271 mag met name maximaal één monster niet conform zijn wanneer gedurende een bepaald jaar tussen vier en zeven monsters worden genomen, en mogen maximaal twee monsters niet conform zijn wanneer gedurende een bepaald jaar tussen acht en zestien monsters worden genomen.
Precontentieuze procedure
13
De Commissie wees bij aanmaningsbrief van 23 november 2009 de Portugese Republiek op niet-nakoming van de verplichtingen krachtens de artikelen 3, 4 en 10 van richtlijn 91/271 in 186 op het grondgebied van deze lidstaat gelegen agglomeraties en verzocht haar bijgevolg om haar opmerkingen.
14
De Portugese Republiek verstrekte op 19 februari 2010 in antwoord op deze aanmaningsbrief inlichtingen inzake de betrokken 186 agglomeraties en werkte bij brief van 12 januari 2012 haar antwoord bij.
15
De Commissie wees bij met redenen omkleed advies van 22 juni 2012 de Portugese Republiek erop dat op basis van de verkregen inlichtingen bepaalde agglomeraties waarvoor werd aangenomen dat artikel 3 van richtlijn 91/271 niet was nageleefd, op die datum voldeden aan de Unierechtelijke eisen, maar dat deze lidstaat voor 77 agglomeraties met 2000 tot 15000 i.e. nog steeds niet de krachtens artikel 4 van richtlijn 91/271 op hem rustende verplichtingen was nagekomen. Volgens de Commissie loosden 77 agglomeraties afvalwater in zoet water en estuaria zowel in normale als in kwetsbare zones zonder een toereikend niveau van behandeling te garanderen of het biochemisch zuurstofverbruik (BZV) of het chemisch zuurstofverbruik (CZV) te verminderen overeenkomstig de waarden van bijlage I bij richtlijn 91/271. De Commissie verzocht de Portugese Republiek om de nodige maatregelen te nemen om aan dit met redenen omkleed advies te voldoen binnen een termijn van twee maanden vanaf de ontvangst ervan.
16
De Portugese Republiek antwoordde bij brief van 3 augustus 2012 op het met redenen omkleed advies dat 17 van deze 77 agglomeraties op die datum voldeden aan richtlijn 91/271 en dat de bepalingen van deze richtlijn op korte termijn zouden worden nageleefd in meer dan de helft van de 77 in het met redenen omkleed advies bedoelde agglomeraties. Zij verbond zich er ook toe de Commissie geregeld op de hoogte te houden van de ontwikkeling van de situatie.
17
De Commissie, die geen inlichtingen van de Portugese Republiek kreeg, verzocht deze lidstaat bij brief van 23 oktober 2013 om inlichtingen over de uitvoering van zijn verplichtingen. Blijkens de antwoordbrief van deze lidstaat van 26 november 2013 voldeden 53 agglomeraties nog steeds niet aan de eisen van richtlijn 91/271.
18
De Portugese Republiek wees er bij brieven van 10 juni en 4 juli 2014 op dat 40 in het met redenen omkleed advies bedoelde agglomeraties van toen af aan voldeden aan de eisen van richtlijn 91/271 en dat de situatie in 15 van de 37 nog steeds inbreukmakende agglomeraties vóór het einde van 2015 zou worden geregeld, terwijl de overige 22 agglomeraties nog steeds niet conform waren.
19
Aangezien de Commissie geen genoegen nam met de uitleg van de Portugese Republiek, heeft zij het onderhavige beroep ingesteld.
Beroep
Argumenten van de partijen
20
De Commissie stelt in haar verzoekschrift dat de Portugese Republiek de verplichtingen niet is nagekomen die op haar rusten krachtens artikel 4 van richtlijn 91/271 met betrekking tot de behandeling van het stedelijk afvalwater in de volgende 52 agglomeraties: Alvalade, Odemira, Loriga, Pereira do Campo, Vila Verde (PTAGL 420), Mação, Paço, Pontével, Vila Nova de São Bento, Castro Daire, Arraiolos, Cercal, Vale de Santarém, Castro Verde, Almodôvar, Ferreira do Alentejo, Vidigueira, Amares/Ferreiras, Alcácer do Sal, Amareleja, Gonsundeira, Salvaterra de Magos, Mogadouro, Melides, Vila Verde (PTAGL 421), Santiago do Cacém, Serpa, São Bartolomeu de Messines, Monchique, Montemor-o-Novo, Grândola, Estremoz, Maceira, Vendas Novas, Lousada, Felgueiras, Riachos, Tolosa, Meda, Alter do Chão, Tábua, Portel, Viana do Alentejo, Cinfães, Vila de Prado, Ponte de Reguengo, Canas de Senhorim, Repeses, Mangualde, Nelas, Vila Viçosa, Santa Comba Dão.
21
Volgens de Commissie moest de Portugese Republiek overeenkomstig artikel 4 van richtlijn 91/271 vanaf 1 januari 2006 zorgen voor een secundaire behandeling of een gelijkwaardig proces voor het stedelijk afvalwater van deze agglomeraties, met inachtneming van de waarden van tabel 1 van bijlage I bij richtlijn 91/271. Dienaangaande, aldus de Commissie, had de Portugese Republiek, om te voldoen aan de eisen van artikel 4 van deze richtlijn, haar de resultaten van de controlemetingen moeten verschaffen waaruit overeenkomstig bijlage I, deel D, punt 3, bij richtlijn 91/271 zou moeten blijken dat het water van de met geregelde tussenpozen aan de uitgang van de zuiveringsinstallaties in de loop van het eerste werkingsjaar genomen monsters beantwoordde aan de eisen van deze richtlijn.
22
Volgens de Commissie kan de situatie waarbij in vele kleine agglomeraties op algemene en aanhoudende wijze inbreuk op richtlijn 91/271 wordt gemaakt, dus onherstelbare milieuschade veroorzaken. Ook stelt zij dat de door de Portugese Republiek in de precontentieuze procedure aangevoerde financiële moeilijkheden de verweten niet-nakoming niet kunnen rechtvaardigen.
23
De Portugese Republiek stelt in haar verweerschrift dat de Commissie in haar verzoekschrift erkent dat de niet-nakoming van de verplichtingen van artikel 4 van richtlijn 91/271 niet is aangetoond in 26 van de 52 in het inleidende verzoekschrift bedoelde agglomeraties, namelijk: Loriga, Paço, Vila Nova de São Bento, Cercal, Vale de Santarém, Castro Verde, Almodôvar, Amares/Ferreiras, Gonsundeira, Salvaterra de Magos, Mogadouro, Melides, Vila Verde-Minho, Santiago do Cacém, Serpa, São Bartolomeu de Messines, Vendas Novas, Lousada, Felgueiras, Riachos, Meda, Alter do Chão, Tábua, Vila de Prado, Mangualde en Nelas.
24
Bovendien, aldus de Portugese Republiek, waren de werkzaamheden die noodzakelijk zijn om de stedelijke waterzuiveringsinstallaties te conformeren aan de eisen van richtlijn 91/271, wat de agglomeraties Alvalade, Odemira, Pereira do Campo, Vila Verde – Sintra, Mação, Arraiolos, Ferreira do Alentejo, Vidigueira, Alcácer do Sal, Amareleja, Montemor-o-Novo, Grândola, Estremoz, Maceira, Portel, Cinfães, Canas de Senhorim, Repeses, Vila Viçosa en Santa Comba Dão betreft, in uitvoering op de datum van indiening van haar verweerschrift en zouden zij in elk geval zijn voltooid vóór het einde van 2015.
25
Voor de agglomeraties Pontével, Castro Daire, Monchique, Tolosa, Viana do Alentejo en Ponte de Reguengo waren de voor de naleving van de eisen van artikel 4 van richtlijn 91/271 noodzakelijke onderzoeken en maatregelen volgens de Portugese Republiek op de datum van indiening van haar verweerschrift verregaand uitgevoerd.
26
Volgens deze lidstaat zijn ontelbare bijeenkomsten gehouden en tal van stappen gezet om ervoor te zorgen dat redelijke termijnen werden gesteld en de termijnen waarvan sprake in de vorige punten van dit arrest, werden nageleefd en, teneinde de uitvoering van de projecten in de gemeenten met financiële moeilijkheden te garanderen, is een buitengewoon bericht van het actieprogramma tot valorisatie van het grondgebied (Programa Operacional de Valorização do Território) gepubliceerd, dat financiering van 85 % van de betrokken werkzaamheden garandeert.
27
De Commissie handhaaft in repliek haar beroep voor de 52 in haar verzoekschrift bedoelde agglomeraties en wijst er in het bijzonder op dat de Portugese Republiek voor de 26 van de in punt 23 van dit arrest vermelde agglomeraties geen enkel bewijs tot staving van haar stellingen bij haar verweerschrift heeft gevoegd. Daar er geen informatie is over de monsterneming en de controle‑ en beoordelingsmethoden voor de betrokken agglomeraties, heeft de Portugese Republiek volgens de Commissie dus niet voldaan aan richtlijn 91/271. Dienaangaande, aldus deze instelling, dateren de laatste inlichtingen van de Portugese Republiek van 4 juli 2014 en betreffen zij de stand van zaken op 30 juni 2014.
28
De Portugese Republiek stelt in dupliek dat de Commissie op 22 december 2014 een aanvullend antwoord op het met redenen omkleed advies over de laatste stand van zaken in de betrokken agglomeraties heeft ontvangen.
29
De Portugese Republiek stelt op basis van de aan de Commissie meegedeelde nieuwe gegevens dat voor de agglomeraties Loriga, Paço, Vila Nova de São Bento, Vale de Santarém, Gonsundeira, Salvaterra de Magos, Mogadouro, Serpa, São Bartolomeu de Messines, Riachos, Meda, Alter do Chão, Tábua en Mangualde is voldaan aan richtlijn 91/271.
30
De andere in het onderhavige beroep bedoelde agglomeraties zijn, aldus de Portugese Republiek, ofwel in staat om richtlijn 91/271 toe te passen – en thans worden de maandelijkse analytische gegevens dienaangaande ontvangen –, ofwel in het algemeen bezig met tenuitvoerlegging ervan.
Beoordeling door het Hof
31
Om te beginnen beperkte de Commissie ter terechtzitting het voorwerp van haar beroep tot 44 agglomeraties en wees zij erop dat het niet meer zag op de agglomeraties Paço, Gonsundeira, Salvaterra de Magos, São Bartolomeu de Messines, Lousada, Felgueiras, Riachos en Meda.
32
Bovendien staat vast dat alle agglomeraties waarvoor de Commissie haar beroep handhaaft, 2200 tot 13400 i.e. hebben.
33
Volgens de Commissie moeten tot nakoming van de krachtens artikel 4 van richtlijn 91/271 op de lidstaten rustende verplichtingen de in bijlage I, deel D, bij deze richtlijn gestelde controles worden verricht, waartoe over een periode van één jaar een minimumaantal monsters moet worden genomen dat varieert naar de grootte van het betrokken zuiveringsstation, met name in de loop van het eerste werkingsjaar ervan. De Portugese Republiek verklaarde ter terechtzitting dat de uit artikel 4 van richtlijn 91/271 voortvloeiende verplichtingen moeten worden geacht te zijn vervuld zodra de waarden van een monster van de lozingen van een zuiveringsstation in werking beantwoorden aan de door deze richtlijn gestelde parameters.
34
Artikel 4, lid 1, van richtlijn 91/271 bepaalt: „De lidstaten zorgen ervoor dat stedelijk afvalwater dat in opvangsystemen terechtkomt vóór lozing als volgt aan een secundaire behandeling of een gelijkwaardig proces wordt onderworpen.” Voorts stelt het dat voor deze behandeling vóór 31 december 2000 of vóór 31 december 2005 moet worden gezorgd, afhankelijk van het i.e. en de zone waarin deze wateren worden geloosd. Volgens artikel 4, lid 3, van deze richtlijn dienen de lozingen van stedelijke waterzuiveringsinstallaties als bedoeld in lid 1 van dit artikel „te voldoen aan de toepasselijke eisen van bijlage I.B”.
35
Bijlage I, deel B, punt 1, bij richtlijn 91/271 bepaalt: „Waterzuiveringsinstallaties moeten zodanig worden ontworpen of aangepast dat representatieve monsters kunnen worden verkregen van het inkomende afvalwater en van het behandelde effluent voordat dit in de ontvangende wateren wordt geloosd.” Deel B, punt 2, bepaalt: „Lozingen van stedelijke waterzuiveringsinstallaties die overeenkomstig de artikelen 4 en 5 [van deze richtlijn] worden behandeld, moeten voldoen aan de eisen van tabel 1.”
36
Artikel 4 van richtlijn 91/271 verwijst nergens naar bijlage I, deel D, die voorziet in „referentiemethoden voor controle en beoordeling van de resultaten”. Dit punt beantwoordt aan het in de achtste overweging van deze richtlijn verklaarde dat „het nodig is de zuiveringsinstallaties, de ontvangende wateren en de afvoer van slib te controleren om ervoor te zorgen dat het milieu wordt beschermd tegen de nadelige gevolgen van lozingen van afvalwater” en sluit aan bij continue controle op de lozingen. Bijlage I, deel D, punt 3, bij richtlijn 91/271 stelt dienaangaande het minimumaantal jaarlijks te nemen monsters vast en bepaalt dat de resultaten van een jaar in bepaalde gevallen van invloed zijn op de monsternemingen in het daaropvolgende jaar.
37
Zoals de advocaat-generaal in punt 43 van zijn conclusie heeft opgemerkt, verwijst bijlage I, deel D, bij richtlijn 91/271 naar een duurverplichting die ertoe strekt te waarborgen dat de lozingen „in de loop der jaren” voldoen aan de kwaliteitseisen waaraan vanaf de inwerkingstelling van de installatie moest zijn voldaan.
38
Artikel 4 van richtlijn 91/271 legt dus weliswaar een resultaatverbintenis op volgens welke de lozingen van stedelijke waterzuiveringsinstallaties moeten voldoen aan de eisen van deel B van bijlage I bij deze richtlijn, maar eist voor de vaststelling dat daaraan is voldaan, niet dat gedurende een volledig jaar monsters worden genomen.
39
Dus moet worden aangenomen dat een lidstaat aan de verplichtingen van artikel 4 van richtlijn 91/271 voldoet zodra hij een monster kan tonen dat beantwoordt aan de eisen van bijlage I, deel B.
40
Tot naleving van het in artikel 1 van richtlijn 91/271 gestelde doel het milieu te beschermen tegen de nadelige gevolgen van lozingen van afvalwater geldt de in artikel 4 opgelegde verplichting dat de lozingen van stedelijk afvalwater worden behandeld met inachtneming van de eisen van bijlage I, deel B, als een duurverplichting doordat artikel 15, lid 1, eerste streepje, van deze richtlijn, dat uitdrukkelijk verwijst naar bijlage I, deel D, voorziet in controle op de lozingen van de zuiveringsstations. In dit opzicht betreft de onderhavige zaak niet niet-nakoming van de krachtens artikel 15 van richtlijn 91/271 op de Portugese Republiek rustende verplichtingen.
41
Deze uitlegging vindt steun in de vaststelling dat de artikelen 3 en 4 van richtlijn 91/271 de lidstaten dezelfde termijnen opleggen voor, wat het eerste artikel betreft, de uitrusting van de agglomeraties met een opvangsysteem voor stedelijk afvalwater en, wat het tweede artikel betreft, voor de secundaire behandeling of een gelijkwaardig proces vóór lozing ervan. Wanneer de door de Commissie voorgestane uitlegging van artikel 4 van richtlijn 91/271 zou worden gevolgd, zouden de in artikel 4 van deze richtlijn gestelde uiterste data op één jaar verschil met de in artikel 3 gestelde uiterste data komen te liggen, waarbij dat jaar verschil de lidstaten de gelegenheid geeft monsters te nemen overeenkomstig bijlage I, deel D, bij deze richtlijn. De lidstaten kregen evenwel geen extra termijn naast die van artikel 3 van richtlijn 91/271 voor naleving van de eisen van artikel 4.
42
Voorts kan de termijn voor naleving van de eisen van artikel 4 van richtlijn 91/271 volgens artikel 8 weliswaar worden verlengd, maar deze verlenging wordt eventueel slechts op speciaal verzoek verleend en dat artikel laat hoe dan ook onvermeld dat rekening moet worden gehouden met een minimumaantal door de betrokken lidstaat binnen deze extra termijn te nemen monsters.
43
Bovendien kan niet worden ingestemd met het ter terechtzitting door de Commissie aangevoerde argument dat dat jaar van monsternemingen gerechtvaardigd is door het in artikel 10 van richtlijn 91/271 gestelde „principe van dimensionering”, volgens hetwelk rekening zou moeten worden gehouden met de seizoenschommelingen in de lozingen van afvalwater gedurende een volledig jaar opdat rechtsgeldig kan worden aangenomen dat is voldaan aan de eisen van artikel 4 van richtlijn 91/271.
44
Volgens dit artikel 10 dient namelijk bij het ontwerp en de bouw van de waterzuiveringsinstallaties met seizoenschommelingen in de belasting rekening te worden gehouden. Met het „principe van dimensionering” dient dus nog vóór de inwerkingstelling van een stedelijk waterzuiveringsstation rekening te worden gehouden.
45
Bijgevolg dienen de lidstaten op grond van artikel 4 van richtlijn 91/271 ervoor te zorgen dat de betrokken agglomeraties binnen de in dat artikel gestelde termijnen stedelijk afvalwater dat terechtkomt in de opvangsystemen waarmee zij overeenkomstig artikel 3 van deze richtlijn zijn uitgerust, aan een toereikend niveau van behandeling onderwerpen en dat deze lozingen voldoen aan de eisen van bijlage I, deel B. Deze verplichting vereist, voor de geldige vaststelling dat de betrokken installaties voldoen aan de eisen van bijlage I, deel B, bij deze richtlijn, niet dat over een volledig jaar monsters worden genomen zoals bedoeld in bijlage I, deel D, bij deze richtlijn.
46
In het licht van deze overwegingen dient te worden onderzocht of het onderhavige niet-nakomingsberoep gegrond is, voor zover het ziet op de in punt 31 van dit arrest bedoelde 44 agglomeraties.
47
Dienaangaande dient de Commissie in een krachtens artikel 258 VWEU ingestelde niet-nakomingsprocedure weliswaar de gestelde niet-nakoming te bewijzen door het Hof alle daarvoor nodige elementen te verschaffen, zonder zich te kunnen baseren op enig vermoeden, maar de Commissie, die niet beschikt over eigen onderzoeksbevoegdheden ter zake, is wat het bewijs van de correcte toepassing in de praktijk van de nationale bepalingen tot daadwerkelijke omzetting van een richtlijn betreft, grotendeels aangewezen op de door de eventuele klagers alsook de betrokken lidstaat verstrekte gegevens (zie in die zin arrest Commissie/Portugal, C‑526/09, EU:C:2010:734, punt 21en aldaar aangehaalde rechtspraak).
48
Daaruit volgt met name dat de verwerende lidstaat, wanneer de Commissie voldoende bewijs heeft aangevoerd waaruit blijkt dat de nationale bepalingen tot omzetting van een richtlijn op zijn grondgebied in de praktijk niet correct zijn toegepast, substantieel en gedetailleerd de aangevoerde gegevens en de daaruit voortvloeiende gevolgen moet betwisten (zie in die zin arrest Commissie/Portugal, C‑526/09, EU:C:2010:734, punt 22en aldaar aangehaalde rechtspraak).
49
Voorts moet het bestaan van een niet-nakoming worden beoordeeld op basis van de situatie waarin de lidstaat zich bevond aan het einde van de in het met redenen omklede advies gestelde termijn, en kan het Hof met sedertdien opgetreden wijzigingen geen rekening houden (zie met name arresten Commissie/Griekenland, C‑440/06, EU:C:2007:642, punt 16, en Commissie/België, C‑395/13, EU:C:2014:2347, punt 39).
50
In casu stelde het met redenen omkleed advies van 22 juni 2012 de Portugese Republiek een termijn van twee maanden vanaf de ontvangst van dat advies voor nakoming van haar uit artikel 4 van richtlijn 91/271 voortvloeiende verplichtingen. De voor deze nakoming gestelde termijn verstreek dus op 22 augustus 2012.
51
Voor de agglomeraties Alvalade, Odemira, Pereira do Campo, Vila Verde (PTAGL 420), Mação, Pontével, Castro Daire, Arraiolos, Ferreira do Alentejo, Vidigueira, Alcácer do Sal, Amareleja, Monchique, Montemor-o-Novo, Grândola, Estremoz, Maceira, Portel, Viana do Alentejo, Cinfães, Ponte de Reguengo, Canas de Senhorim, Repeses, Vila Viçosa, Santa Comba Dão en Tolosa, wees de Portugese Republiek er in haar verweerschrift op dat de werkzaamheden betreffende de zuiveringsstations tot nakoming van haar uit artikel 4 van richtlijn 91/271 voortvloeiende verplichtingen op de dag van indiening van dit verweerschrift in uitvoering waren of gepland waren. Vast staat dus dat deze agglomeraties aan het eind van de in het met redenen omkleed advies gestelde termijn niet de uit dat artikel 4 voortvloeiende verplichtingen naleefden aangezien zij niet beschikten over operationele waterzuiveringsinstallaties.
52
Voor de agglomeraties Loriga, Cercal, Vale de Santarém, Castro Verde, Almodôvar, Amares/Ferreiras, Mogadouro, Melides, Vila Verde (PTAGL 421), Serpa, Vendas Novas, Vila de Prado en Nelas, werden de werkzaamheden die nodig zijn om te voldoen aan de eisen van artikel 4 van richtlijn 91/271, blijkens het bij het Hof ingediende dossier, met name blijkens twee tabellen van de Portugese administratie, die aangeven in hoeverre de agglomeraties op 30 juni en 10 december 2014 aan dat artikel voldeden, ofwel in 2013 of 2014 voltooid ofwel zouden zij in 2014 of 2015 worden voltooid. Vast staat dus dat deze agglomeraties bij het verstrijken van de tot naleving van de eisen van artikel 4 van richtlijn 91/271 aan de Portugese Republiek gestelde termijn evenmin voldeden aan de uit dit artikel voortvloeiende verplichtingen.
53
De agglomeraties Vila Nova de São Bento, Santiago do Cacém, Alter do Chão, Tábua en Mangualde beschikten blijkens de in voormeld punt vermelde tabellen vanaf 2012 en zelfs daarvóór over een operationele waterzuiveringsinstallatie. Ook al waren deze werkzaamheden in 2012 of nog eerder voltooid, de resultaten van een eerste monster hadden daadwerkelijk vóór het verstrijken van de in het met redenen omkleed advies op 22 augustus 2012 gestelde termijn door de Portugese Republiek aan de Commissie kunnen worden meegedeeld. De Portugese Republiek heeft het Hof evenwel geen in dit opzicht relevante informatie verschaft. Derhalve moet de Commissie worden geacht de gegrondheid van haar grief inzake deze vijf agglomeraties te hebben bewezen.
54
Derhalve is de Portugese Republiek, door niet een toereikend niveau te verzekeren voor de behandeling van de lozingen van de stedelijke waterzuiveringsstations overeenkomstig de relevante bepalingen van bijlage I, deel B, bij richtlijn 91/271 in de agglomeraties Alvalade, Odemira, Pereira do Campo, Vila Verde (PTAGL 420), Mação, Pontével, Castro Daire, Arraiolos, Ferreira do Alentejo, Vidigueira, Alcácer do Sal, Amareleja, Monchique, Montemor-o-Novo, Grândola, Estremoz, Maceira, Portel, Viana do Alentejo, Cinfães, Ponte de Reguengo, Canas de Senhorim, Repeses, Vila Viçosa, Santa Comba Dão, Tolosa, Loriga, Cercal, Vale de Santarém, Castro Verde, Almodôvar, Amares/Ferreiras, Mogadouro, Melides, Vila Verde (PTAGL 421), Serpa, Vendas Novas, Vila de Prado, Nelas, Vila Nova de São Bento, Santiago do Cacém, Alter do Chão, Tábua en Mangualde, de krachtens artikel 4 van deze richtlijn op haar rustende verplichtingen niet nagekomen.
Kosten
55
Ingevolge artikel 138, lid 1, van het Reglement voor de procesvoering van het Hof wordt de in het ongelijk gestelde partij in de kosten verwezen, voor zover dat is gevorderd. Aangezien de niet-nakoming is vastgesteld, dient de Portugese Republiek overeenkomstig de vordering van de Commissie te worden verwezen in de kosten.
Het Hof (Tweede kamer) verklaart:
1)
Door niet een toereikend niveau te verzekeren voor de behandeling van de lozingen van de stedelijke waterzuiveringsstations overeenkomstig de relevante bepalingen van bijlage I, deel B, bij richtlijn 91/271/EEG van de Raad van 21 mei 1991 inzake de behandeling van stedelijk afvalwater, zoals gewijzigd bij verordening (EG) nr. 1137/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2008, in de agglomeraties Alvalade, Odemira, Pereira do Campo, Vila Verde (PTAGL 420), Mação, Pontével, Castro Daire, Arraiolos, Ferreira do Alentejo, Vidigueira, Alcácer do Sal, Amareleja, Monchique, Montemor-o-Novo, Grândola, Estremoz, Maceira, Portel, Viana do Alentejo, Cinfães, Ponte de Reguengo, Canas de Senhorim, Repeses, Vila Viçosa, Santa Comba Dão, Tolosa, Loriga, Cercal, Vale de Santarém, Castro Verde, Almodôvar, Amares/Ferreiras, Mogadouro, Melides, Vila Verde (PTAGL 421), Serpa, Vendas Novas, Vila de Prado, Nelas, Vila Nova de São Bento, Santiago do Cacém, Alter do Chão, Tábua en Mangualde, is de Portugese Republiek de krachtens artikel 4 van deze richtlijn op haar rustende verplichtingen niet nagekomen.
2)
De Portugese Republiek wordt verwezen in de kosten.
ondertekeningen
( *1 ) Procestaal: Portugees.
Full & Egal Universal Law Academy