1.3.2014
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 61/6
Hogere voorziening ingesteld op 15 januari 2014 door de Europese Commissie tegen het arrest van het Gerecht (Tweede kamer) van 12 november 2013 in zaak T-499/10, MOL Magyar Olaj- és Gázipari Nyrt./Europese Commissie
(Zaak C-15/14 P)
2014/C 61/10
Procestaal: Engels
Partijen
Rekwirante: Europese Commissie (vertegenwoordigers: L. Flynn, K. Talabér-Ritz, gemachtigden)
Andere partij in de procedure: MOL Magyar Olaj- és Gázipari Nyrt.
Conclusies
—
het arrest van het Gerecht (Tweede kamer) van 12 november 2013 in zaak T-499/10 MOL Magyar Olaj- és Gázipari Nyrt./Europese Commissie vernietigen; en
—
het beroep tot nietigverklaring besluit C(2010) 3553 definitief van de Commissie van 9 juni 2010 in zaak C-1/09 (ex NN 69/2008) betreffende de door Hongarije ten gunste van MOL Nyrt ten uitvoer gelegde steunmaatregel (1) verwerpen;
—
verzoekster in eerste aanleg verwijzen in de kosten;
subsidiair,
—
de zaak terugverwijzen naar het Gerecht voor herbeoordeling;
—
de beslissing omtrent de kosten van de procedure in eerste aanleg en van de hogere voorziening aanhouden.
Middelen en voornaamste argumenten
De Commissie betoogt dat het arrest van het Gerecht moet worden vernietigd omdat meerdere aspecten van dit arrest het begrip selectiviteit onjuist uitleggen of toepassen.
Ten eerste past het arrest de rechtspraak inzake selectiviteit onjuist toe met betrekking tot maatregelen waarvoor de nationale autoriteiten over discretionaire bevoegdheid beschikken inzake de behandeling van ondernemingen.
Ten tweede geeft het Gerecht blijk van een onjuiste rechtsopvatting door te oordelen dat het bestaan van objectieve criteria noodzakelijkerwijze het bestaan van selectiviteit uitsluit.
Ten derde legt het arrest ten onrechte een verband tussen het bestaan van selectiviteit en de bedoeling van de lidstaat om een of meerdere ondernemingen af te schermen van een nieuw stelsel van vergoedingen en heeft het zodoende geen acht geslagen op het vereiste dat het bestaan van staatsteun afhankelijk is van de gevolgen van de onderzochte maatregel.
Ten vierde konden de overwegingen in het arrest inzake de „latere wijziging van de omstandigheden die geen verband houden met [een overeenkomst tot behoud van een bepaald niveau van vergoedingen]” niet relevant zijn in de onderhavige zaak aangezien de latere wijziging van de omstandigheden die geen verband houden met de door de Commissie onderzochte overeenkomst, een wijziging van het wettelijke stelsel betrof.
(1) PB L 34, blz. 55.
Full & Egal Universal Law Academy