7.4.2014
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 102/16
Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Fővárosi Törvényszék (Hongarije) op 23 januari 2014 — ERSTE Bank Hungary Zrt./Sugár Attila
(Zaak C-32/14)
2014/C 102/22
Procestaal: Hongaars
Verwijzende rechter
Fővárosi Törvényszék
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: ERSTE Bank Hungary Zrt.
Verwerende partij: Sugár Attila
Prejudiciële vragen
1)
Is een procedure van een lidstaat waarbij de medecontractant van een consument die een in een formeel correcte notariële akte neergelegde verplichting niet is nagekomen, een door hemzelf bepaald bedrag vordert op grond van de aanbrenging van een zogenoemde formule van tenuitvoerlegging, zonder bij een rechtbank een procedure op tegenspraak te moeten inleiden waarin zou kunnen worden beoordeeld of de bedingen van de aan de formule van tenuitvoerlegging ten grondslag liggende overeenkomst oneerlijk zijn, verenigbaar met artikel 7, lid 1, van richtlijn 93/13/EEG (1)?
2)
Kan de consument in die procedure verzoeken om doorhaling van de reeds aangebrachte formule van tenuitvoerlegging, met het argument dat niet is nagegaan of de bedingen van de aan de formule van tenuitvoerlegging ten grondslag liggende overeenkomst oneerlijk zijn, hoewel uit het arrest in de zaak C-472/11 blijkt dat in een gerechtelijke procedure de rechtbank die het bestaan van oneerlijke bedingen heeft vastgesteld, de consument daarvan op de hoogte moet stellen?
(1) Richtlijn 93/13/EEG van de Raad van 5 april 1993 betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten (PB L 95, blz. 29).
Full & Egal Universal Law Academy