19.5.2014
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 151/12
Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Juzgado de Primera Instancia de Miranda de Ebro (Spanje) op 24 februari 2014 — Banco Grupo Cajatres, S.A./María Mercedes Manjón Pinilla en gezamenlijke erfgenamen van Miguel Ángel Viana Gordejuela
(Zaak C-90/14)
2014/C 151/15
Procestaal: Spaans
Verwijzende rechter
Juzgado de Primera Instancia de Miranda de Ebro
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Banco Grupo Cajatres, S.A.
Verwerende partijen: María Mercedes Manjón Pinilla en gezamenlijke erfgenamen van Miguel Ángel Viana Gordejuela
Prejudiciële vragen
1)
Verzetten de artikelen 6, lid 1, en 7, lid 1, van richtlijn 93/13 (1) zich tegen een bepaling zoals de tweede overgangsbepaling van wet 1/2013 van 14 mei 2013, die steeds voorziet in een beperking van de vertragingsrente, ongeacht of het vertragingsrentebeding aanvankelijk nietig was omdat het oneerlijk was?
2)
Verzetten de artikelen 3, lid 1, 4, lid 1, 6, lid 1, en 7, lid 1, van richtlijn 93/13 zich tegen een nationale bepaling zoals artikel 114 van de hypotheekwet, op grond waarvan de nationale rechter bij de beoordeling of een beding tot vaststelling van de vertragingsrente oneerlijk is, slechts kan nagaan of de overeengekomen rente meer dan driemaal hoger is dan de wettelijke rente?
3)
Verzetten de artikelen 3, lid 1, 4, lid 1, 6, lid 1, en 7, lid 1, van richtlijn 93/13 zich tegen een nationale bepaling zoals artikel 693 van het wetboek van burgerlijke rechtsvordering, waarbij in geval van niet-betaling van drie maandelijkse termijnen de volledige lening vervroegd kan worden opgeëist zonder dat rekening hoeft te worden gehouden met andere factoren zoals de looptijd van de lening, het bedrag ervan of andere relevante omstandigheden, en waarbij voorts de uit de vervroegde opeisbaarheid voortvloeiende gevolgen slechts kunnen worden voorkomen indien de schuldeiser dat wenst, tenzij sprake is van een hypotheek op de als hoofdverblijf gebruikte woning van de hypotheekgever?
(1) Richtlijn 93/13/EEG van de Raad van 5 april 1993 betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten (PB L 95, blz. 29).
Full & Egal Universal Law Academy