28.4.2014
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 129/14
Hogere voorziening ingesteld op 28 februari 2014 door de European Medical Association Asbl (EMA) tegen het arrest van het Gerecht (Tweede kamer) van 11 december 2013 in zaak T-116/11, European Medical Association/Europese Commissie
(Zaak C-100/14 P)
2014/C 129/18
Procestaal: Italiaans
Partijen
Rekwirante: European Medical Association Asbl (EMA) (vertegenwoordigers: A. Franchi, L. Picciano, G. Gangemi, avvocati)
Andere partij in de procedure: Europese Commissie
Conclusies
—
het arrest van het Gerecht van de Europese Unie van 11 december 2013 in zaak T-116/11 vernietigen en de zaak terugverwijzen naar het Gerecht;
—
de Commissie verwijzen in de kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
EMA komt bij het Hof op tegen het arrest van 11 december 2013 in zaak T-116/11, waarbij het Gerecht heeft verworpen het beroep dat EMA krachtens de artikelen 268 VWEU, 272 VWEU en 340 VWEU had ingesteld teneinde terugbetaling te verkrijgen van de personeelskosten in verband met de uitvoering van de overeenkomsten 507760 Dicoems en 507126 Cocoon.
Tot staving van haar hogere voorziening voert EMA de volgende middelen aan:
Eerste middel. Onjuiste uitlegging van de contractuele bedingen en de rechtsvoorschriften en kennelijk onjuiste beoordeling van de bewijsstukken.
EMA betoogt dat het arrest blijk geeft van een onjuiste uitlegging van de contractuele bedingen en van de toepasselijke rechtsvoorschriften alsmede van een kennelijk onjuiste beoordeling van de bewijsstukken doordat het heeft geoordeeld dat de Commissie terecht tot de slotsom was gekomen dat de in rekening gebrachte maar nog niet betaalde kosten niet door EMA werden gedragen en niet in haar boekhouding waren opgenomen vóór de datum waarop het auditcertificaat was opgesteld overeenkomstig de Belgische boekhoudingsvoorschriften.
Tweede middel. Kennelijk onjuiste beoordeling van de bewijzen en motiveringsgebrek.
EMA meent dat verschillende passages van het arrest blijk geven van ernstige vormfouten aangezien zij niet dan wel ontoereikend of tegenstrijdig zijn gemotiveerd. Het Gerecht is voorts bij de beoordeling van het in deze zaak overgelegde bewijs op veel punten tekortgeschoten en heeft kennelijke fouten gemaakt. Uit het arrest blijkt dat het Gerecht op veel punten heeft verzuimd de door EMA overgelegde bewijzen individueel te beoordelen en aldus feitelijk heeft verzuimd zich uit te spreken over de vorderingen van rekwirante in haar verzoekschrift en in haar repliek. Op veel punten heeft het Gerecht zich onvoorwaardelijk gebaseerd op de resultaten van het eindverslag van de audit, die voor rekening van de Commissie was uitgevoerd op de overeenkomsten Cocoon en Dicoems, terwijl EMA met haar beroep ten gronde juist bezwaar maakte tegen die resultaten.
Derde middel. Onjuiste toepassing van het beginsel van goede trouw en loyale samenwerking bij de uitvoering van de overeenkomst.
Volgens EMA heeft het Gerecht blijk gegeven van een onjuiste beoordeling van het Belgische recht wat de toepassing van het beginsel van goede trouw en loyale samenwerking bij de uitvoering van de overeenkomst betreft. Bij de uitvoering van de projecten Dicoems en Cocoon is de Commissie haar eigen controleverplichtingen als bedoeld in artikel 11.3.4 van de algemene contractvoorwaarden niet nagekomen, waarin uitdrukkelijk de plicht van de Commissie is opgenomen om toe te zien op de juiste uitvoering van het project vanuit wetenschappelijk, technologisch en financieel oogpunt. Het Gerecht heeft ten onrechte aangenomen dat de Commissie haar eigen controleplicht of enige andere specifieke contractsbepaling niet had geschonden en dat zij derhalve op goede gronden had besloten de twee overeenkomsten betreffende de projecten Dicoems en Cocoon onmiddellijk op te zeggen, waardoor tevens de vordering tot schadevergoeding wegens onrechtmatige daad is afgewezen.
Vierde middel. Schending van de beginselen van het Gemeenschapsrecht.
EMA betoogt voert een groot aantal schendingen van het Gemeenschapsrecht aan die het Gerecht zou hebben begaan, betreffende met name de onjuiste toepassing van het evenredigheidsbeginsel en het discriminatieverbod alsmede van het recht van verweer van rekwirante.
Full & Egal Universal Law Academy