28.4.2014
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 129/15
Beroep ingesteld op 10 maart 2014 — Bondsrepubliek Duitsland/Europees Parlement, Raad van de Europese Unie
(Zaak C-113/14)
2014/C 129/19
Procestaal: Duits
Partijen
Verzoekende partij: Bondsrepubliek Duitsland (vertegenwoordigers: T. Henze, A. Wiedmann, gemachtigden)
Verwerende partijen: Europees Parlement, Raad van de Europese Unie
Conclusies
—
artikel 7 van verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten en tot intrekking van de verordeningen (EEG) nr. 922/72, (EEG) nr. 234/79, (EG) nr. 1037/2001 en (EG) nr. 1234/2007 van de Raad (1) nietig verklaren,
—
artikel 2 van verordening (EU) nr. 1370/2013 van de Raad van 16 december 2013 houdende maatregelen tot vaststelling van steun en restituties in het kader van de gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten (2), waarin wordt verwezen naar artikel 7 van verordening (EU) nr. 1308/2013, nietig verklaren,
—
vaststellen dat voornoemde bepalingen effect blijven sorteren totdat de op de juiste rechtsgrondslag vastgestelde regelingen in werking treden,
—
verwerende partijen verwijzen in de kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
De Bondsrepubliek Duitsland verzoekt om nietigverklaring van artikel 7 van verordening (EU) nr. 1308/2013. Verordening (EU) nr. 1308/2013 zou als gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten in haar geheel op de rechtsgrondslag van artikel 43, lid 2, VWEU zijn vastgesteld.
Volgens de Bondsregering is bij de regeling van artikel 7 van verordening (EU) nr. 1308/2013 echter sprake van een zogenoemde „maatregel voor de prijsbepaling” in de zin van artikel 43, lid 3, VWEU. De Bondsregering meent dus dat artikel 7 van verordening (EU) nr. 1308/2013 niet op basis van artikel 43, lid 2, VWEU had mogen worden vastgesteld, maar op basis van artikel 43, lid 3, VWEU had moeten worden vastgesteld. Volgens de Bondsregering is artikel 7 van verordening (EU) nr. 1308/2013 dus gebaseerd op een onjuiste rechtsgrondslag.
Volgens de Bondsregering dient om redenen van rechtszekerheid en rechtsduidelijkheid ook artikel 2 van verordening (EU) nr. 1370/2013, waarin naar artikel 7 van verordening (EU) nr. 1308/2013 wordt verwezen, nietig te worden verklaard. Door de verwijzing naar de volgens de Bondsregering nietig te verklaren regeling van artikel 7 van verordening (EU) nr. 1308/2013, draagt artikel 2 van verordening (EU) nr. 1370/2013 bij tot de onjuiste rechtsschijn dat deze regeling berust op de juiste rechtsgrondslag en rechtmatig is.
Volgens de Bondsregering dient bovendien ter bescherming van hogere belangen, om redenen van bescherming van het vertrouwen van de landbouwbedrijven alsook algemeen met het oog op de rechtszekerheid, krachtens artikel 264, tweede alinea, VWEU te worden vastgesteld dat voornoemde bepalingen effect blijven sorteren totdat de op de juiste rechtsgrondslag vastgestelde regelingen in werking treden.
(1) PB L 347, blz. 671.
(2) PB L. 346, blz. 12.
Full & Egal Universal Law Academy