10.6.2014
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 175/21
Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Oberlandesgericht Koblenz (Duitsland) op 11 maart 2014 — RegioPost GmbH & Co. KG/Stadt Landau
(Zaak C-115/14)
2014/C 175/26
Procestaal: Duits
Verwijzende rechter
Oberlandesgericht Koblenz
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: RegioPost GmbH & Co. KG
Verwerende partij: Stadt Landau
In het geding geroepen partijen: PostCon Deutschland GmbH, Deutsche Post AG
Prejudiciële vragen
1)
Moet artikel 56, lid 1, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) juncto artikel 3, lid 1, van richtlijn 96/71/EG (1) van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 1996 betreffende de terbeschikkingstelling van werknemers met het oog op het verrichten van diensten aldus worden uitgelegd dat het zich verzet tegen een nationale regeling die aanbestedende overheidsdiensten dwingend voorschrijft opdrachten uitsluitend te gunnen aan ondernemingen die zich, evenals hun onderaannemers, bij de indiening van hun inschrijving er schriftelijk toe verbinden hun met de uitvoering van de opdracht belaste werknemers een door de staat vastgesteld minimumloon te betalen — dat evenwel slechts geldt voor overheids- maar niet voor particuliere opdrachten — wanneer er noch een algemeen wettelijk minimumloon bestaat noch een algemeen verbindende collectieve arbeidsovereenkomst waaraan de potentiële opdrachtnemer en zijn eventuele onderaannemers gehouden zijn?
2)
Indien de eerste vraag ontkennend wordt beantwoord:
Moet het Unierecht op het gebied van de plaatsing van overheidsopdrachten, inzonderheid artikel 26 van richtlijn 2004/18/EG (2) van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor werken, leveringen en diensten, aldus worden uitgelegd dat het zich verzet tegen een nationale regeling als § 3, lid 1, derde volzin, van het LTTG, dat in de verplichte uitsluiting van een inschrijving voorziet indien een marktdeelnemer zich niet reeds bij de indiening van zijn inschrijving in een aparte verklaring verbindt tot een handelwijze waartoe hij na de gunning van de opdracht ook zonder het afleggen van een dergelijke verklaring contractueel zou zijn verplicht?
(1) PB L 18, blz. 1.
(2) PB L 134, blz. 114.
Full & Egal Universal Law Academy