24.6.2014
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 194/14
Verzoek om een prejudiciële beslissing, ingediend door de Raad van State (Nederland) op 3 april 2014 — Minister van Buitenlandse Zaken, andere partijen: K en A
(Zaak C-153/14)
2014/C 194/17
Procestaal: Nederlands
Verwijzende rechter
Raad van State
Partijen in het hoofdgeding
Verzoeker: Minister van Buitenlandse Zaken
Andere partijen: K, A
Prejudiciële vragen
1)
a.
Kan de term „integratievoorwaarden” — vervat in artikel 7, tweede lid, van richtlijn 2003/86/EG […] van 22 september 2003 inzake het recht op gezinshereniging (PB L 251, [blz. 12] met rectificatie in PB 2012, L 71, [blz. 55]) — zo worden geïnterpreteerd dat de bevoegde autoriteiten van de lidstaten van een gezinslid van een gezinshereniger mogen verlangen dat dit gezinslid aantoont te beschikken over kennis van de officiële taal van die lidstaat op een niveau dat overeenstemt met niveau A1 van het Europees Referentiekader van Moderne Vreemde Talen, alsmede over kennis op basisniveau van de samenleving van die lidstaat, alvorens deze autoriteiten aan dit gezinslid toestemming voor toegang en verblijf verlenen?
b.
Is voor het antwoord op deze vraag van belang dat, mede in het kader van de evenredigheidstoets zoals omschreven in het Groenboek van de Europese Commissie van 15 november 2011 (1) inzake het recht op gezinshereniging [van onderdanen van derde landen die in de Europese Unie verblijven], volgens nationale regelgeving waarin het onder 1) a. vermelde vereiste is vervat, de aanvraag om toestemming voor toegang en verblijf, behoudens de omstandigheid dat het gezinslid heeft aangetoond door een geestelijke of lichamelijke beperking blijvend niet in staat te zijn het inburgeringsexamen af te leggen, slechts niet wordt afgewezen indien een combinatie van zeer bijzondere individuele omstandigheden zich voordoet die de aanname rechtvaardigt dat het gezinslid blijvend niet in staat is om aan de integratievoorwaarden te voldoen?
2)
Staat het doel van richtlijn 2003/86/EG en in het bijzonder artikel 7, tweede lid ervan, gelet op de evenredigheidstoets zoals omschreven in voormeld Groenboek, eraan in de weg dat de kosten van het examen waarbij wordt getoetst of het gezinslid aan voormelde integratievoorwaarden voldoet € 350,- bedragen voor iedere keer dat het examen wordt afgelegd en dat de eenmalige kosten voor het pakket om het examen voor te bereiden € 110,- bedragen?
(1) COM(2011)735 def.
Full & Egal Universal Law Academy