30.6.2014
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 202/10
Beroep ingesteld op 4 april 2014 — Europese Commissie/Republiek Polen
(Zaak C-162/14)
2014/C 202/11
Procestaal: Pools
Partijen
Verzoekende partij: Europese Commissie (vertegenwoordigers: A. Tokár en K. Herrmann, gemachtigden)
Verwerende partij: Republiek Polen
Conclusies
—
vaststellen dat de Republiek Polen de verplichtingen niet is nagekomen die op haar rusten krachtens artikel 45, lid 2, van richtlijn 2004/18/EG van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor werken, leveringen en diensten (1), doordat zij de in artikel 24, lid 1, sub 1 en 1a, van de Prawo zamówień publicznych (wet inzake overheidsopdrachten) vastgestelde gronden voor uitsluiting van marktdeelnemers van een procedure voor het plaatsen van een opdracht, die verder gaan dan de materieelrechtelijke criteria van de limitatieve opsomming van uitsluitingsgronden van artikel 45, lid 2, van deze richtlijn, heeft gehandhaafd;
—
de Republiek Polen verwijzen in de kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
De in artikel 24, lid 1, sub 1 en 1a, van de wet inzake overheidsopdrachten vastgestelde gronden voor uitsluiting van een marktdeelnemer van een aanbestedingsprocedure, die betrekking hebben op zijn beroepsbekwaamheid — te weten, ten eerste, het feit dat een marktdeelnemer wegens niet-uitvoering of slechte uitvoering van een opdracht schade heeft veroorzaakt die is vastgesteld bij een in kracht van gewijsde gegaan vonnis, en ten tweede, dat een marktdeelnemer partij was bij een overeenkomst die de betrokken aanbestedende dienst heeft ontbonden, opgezegd of herroepen door aan de marktdeelnemer toerekenbare omstandigheden –, gaan het kader van de uitsluitingsgronden van artikel 45, lid 2, van richtlijn 2004/18/EG, in het bijzonder artikel 45, lid 2, sub d, ervan, te buiten.
De uitlegging van laatstgenoemde grond was aan de orde in het arrest van het Hof in zaak C-465/11, Forposta en ABC Direct Contact. Het Hof oordeelde dat het begrip „fout bij de beroepsuitoefening” als bedoeld in artikel 45, lid 2, sub d, van richtlijn 2004/18/EG elk onrechtmatig gedrag omvat dat invloed heeft op de professionele geloofwaardigheid van de betrokken marktdeelnemer. De in de Poolse wet vastgestelde uitsluitingsgronden beperken zich evenwel niet louter tot het gedrag van een marktdeelnemer dat wijst op kwaad opzet of nalatigheid van een zekere ernst, en verplichten de aanbestedende dienst tot automatische uitsluiting van de betrokken marktdeelnemer zonder voorafgaande beoordeling van de hem ten laste gelegde foutieve gedraging.
(1) PB L 134, blz. 114.
Full & Egal Universal Law Academy