26.5.2014
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 159/21
Hogere voorziening ingesteld op 4 april 2014 door Pesquerías Riveirenses, S.L. e.a. tegen de beschikking van het Gerecht (Vijfde kamer) van 7 februari 2014 in zaak T-180/13, Pesquerías Riveirenses e.a./Raad
(Zaak C-164/14 P)
2014/C 159/28
Procestaal: Spaans
Partijen
Rekwiranten: Pesquerías Riveirenses, S.L., Pesquera Campo de Marte, S.L., Pesquera Anpajo, S.L., Arrastreros del Barbanza, S.A., Martinez Pardavila e Hijos, S.L., Lijo Pesca, S.L., Frigoríficos Hermanos Vidal, S.A., Pesquera Boteira, S.L., Francisco Mariño Mos y Otros, C.B., Juan Antonio Pérez Vidal y Hermano, C.B., Marina Nalda, S.L., Portillo y Otros, S.L., Vidiña Pesca, S.L., Pesca Hermo, S.L., Pescados Oubiña Pérez, S.L., Manuel Pena Graña, Campo Eder, S.L., Pesquera Laga, S.L., Pesquera Jalisco, S.L., Pesquera Jopitos, S.L. en Pesca-Julimar, S.L. (vertegenwoordiger: J. Tojeiro Sierto, abogado)
Andere partij in de procedure: Raad van de Europese Unie
Conclusies
Rekwiranten vorderen dat wordt overgegaan tot vernietiging van de beschikking van het Gerecht waarbij het door rekwiranten ingestelde beroep tot nietigverklaring van verordening (EU) nr. 40/2013 van de Raad van 21 januari 2013 (1) niet-ontvankelijk is verklaard, en dat een nieuwe beslissing wordt gegeven waarbij dat beroep ontvankelijk wordt verklaard.
Middelen en voornaamste argumenten
Rechtstreekse geraaktheid — schending van artikel 263 VWEU
Artikel 263, vierde alinea, VWEU bepaalt dat „[i]edere natuurlijke of rechtspersoon [...] beroep [kan] instellen [...] tegen regelgevingshandelingen die hem rechtstreeks raken en die geen uitvoeringsmaatregelen met zich meebrengen”. De rechtstreekse geraaktheid en het feit dat geen uitvoeringsmaatregelen hoeven te worden getroffen, zijn twee verschillende vereisten. De beoordelingsmarge van de staat, welk aspect essentieel is om of te bepalen of bij de bestreden handeling sprake is van rechtstreekse geraaktheid, is echter niet relevant om te bepalen of de nationale handeling kan worden aangemerkt als „uitvoeringsmaatregel” in de zin van artikel 263, vierde alinea, VWEU.
Volgens rekwiranten is het duidelijk dat zij als reders van vissersvaartuigen waarmee op blauwe wijting wordt gevist, rechtstreeks worden geraakt door de verordening die de vangstmogelijkheden voor die vissoort regelt en beperkt. Het blauwe-wijtingbestand wordt jaarlijks door de EU beheerd via de totale toegestane vangst (TAC). Rekwiranten voeren aan dat de TAC niet juist is vastgesteld aangezien geen rekening is gehouden met de laatste wetenschappelijke aanbevelingen. Doordat blauwe wijting als één enkel bestand en niet als twee verschillende bestanden wordt beheerd, valt de TAC lager uit dan die waarop rekwiranten aanspraak zouden hebben wanneer het bestand afzonderlijk in het noordelijke en het zuidelijke deel wordt beheerd. Bij een dergelijke vaststelling van de TAC kunnen een latere toewijzing van vangstmogelijkheden door de lidstaten en de bij de verdeling van de vangstmogelijkheden gebruikte wijze van beheer daar niets aan veranderen, daar voor de verdeling steeds wordt uitgegaan van de door de EU oorspronkelijk vastgestelde TAC. De enige keuze of het enige alternatief van rekwiranten om kenbaar te maken dat zij het niet eens zijn met die TAC en de wijze van vaststelling daarvan of de wijze van visserijbeheer is dus om zich tot de Europese rechter te wenden.
(1) Verordening tot vaststelling, voor 2013, van de vangstmogelijkheden in de EU-wateren en, voor EU-vaartuigen, in bepaalde niet-EU-wateren, voor sommige visbestanden en groepen visbestanden waarvoor internationale onderhandelingen worden gevoerd of internationale overeenkomsten gelden (PB L 23, blz. 54).
Full & Egal Universal Law Academy