4.8.2014
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 253/16
Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Tribunal Supremo (Spanje) op 10 april 2014 — María José Regojo Dans/Consejo del Estado
(Zaak C-177/14)
2014/C 253/20
Procestaal: Spaans
Verwijzende rechter
Tribunal Supremo
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: María José Regojo Dans
Verwerende partij: Consejo del Estado
Prejudiciële vragen
1)
Valt de „tijdelijk medewerker” zoals momenteel omschreven in artikel 12 van wet 7/2007 van 12 april 2007 op het basisstatuut betreffende de ambtenaar, en de „tijdelijk medewerker” zoals eerder omschreven in artikel 20, lid 2, van wet 30/1984 van 2 augustus 1984 op maatregelen voor de herziening van overheidsfuncties, binnen de definitie van „werknemer met een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd” zoals opgenomen in clausule 3, punt 1, van de Raamovereenkomst van het EVV, de UNICE en het CEEP inzake arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd, die is opgenomen in de bijlage bij richtlijn 1999/70/EG van de Raad (1) van 28 juni 1999?
2)
Is het non-discriminatiebeginsel van clausule 4, lid 4, van de genoemde Raamovereenkomst van het EVV, de UNICE en het CEEP van toepassing op deze „tijdelijk medewerker”, in die zin dat de bezoldigingen die gezien het begrip van anciënniteit worden uitbetaald aan ambtenaren in vaste dienst, aan niet nader gespecificeerde arbeidskrachten, aan ambtenaren in tijdelijke dienst en aan werknemers met arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd, ook aan deze „tijdelijk medewerker” moeten worden toegekend en uitbetaald?
3)
Is het stelsel van onbelemmerde aanstelling en ontslag, gebaseerd op de gronden van vertrouwen, zoals van toepassing op dergelijke „arbeidskrachten” ingevolge de twee eerdergenoemde Spaanse wetten, verenigbaar met de objectieve gronden die een andere behandeling rechtvaardigen als bedoeld in clausule 4?
(1) PB L 175, blz. 43.
Full & Egal Universal Law Academy