30.6.2014
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 202/12
Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Eparchiako Dikastirio Lefkosias (Cyprus) op 16 april 2014 — Bogdan Chain/Atlanco LTD
(Zaak C-189/14)
2014/C 202/14
Procestaal: Grieks
Verwijzende rechter
Eparchiako Dikastirio Lefkosias
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Bogdan Chain
Verwerende partij: Atlanco LTD
Prejudiciële vragen
1)
Moet het feit dat artikel 13, lid 1, sub b, van verordening (EG) nr. 883/2004 (1) en artikel 14, lid 5, sub b, van toepassingsverordening nr. 987/2009 (2) betrekking hebben op „degene die in twee of meer lidstaten werkzaamheden in loondienst pleegt te verrichten”, aldus worden uitgelegd dat hieronder ook een persoon valt die uit hoofde van een arbeidsovereenkomst met één enkele, in een lidstaat van de Europese Unie gevestigde werkgever, arbeid verricht in twee andere lidstaten van de Unie, zelfs wanneer:
i.
de tweede lidstaat waar die persoon werkzaam zal zijn, op het tijdstip dat A1-formulier wordt aangevraagd nog niet is of kan worden vastgesteld, wegens de bijzondere aard van de arbeid, namelijk de tijdelijke tewerkstelling van werknemers voor korte tijdvakken in verschillende lidstaten van de Europese Unie,
of
ii.
de duur van de tewerkstelling in de eerste en/of de tweede lidstaat nog niet is of kan worden bepaald wegens de bijzondere aard van de arbeid, namelijk de tijdelijke tewerkstelling van werknemers voor korte tijdvakken in verschillende lidstaten van de Europese Unie?
2)
Indien het antwoord op de hierboven onder 1 gestelde vragen bevestigend luidt, kan artikel 14, lid 5, sub b, van verordening nr. 987/2009 met het oog op de toepassing van artikel 13, lid 1, sub b, van verordening nr. 883/2004, dan aldus worden uitgelegd dat met „degene die in twee of meer lidstaten werkzaamheden in loondienst pleegt te verrichten” ook wordt gedoeld op de situatie dat zich tussen twee projecten in verschillende lidstaten perioden voordoen waarin de werknemer geen werkzaamheden verricht, terwijl dezelfde arbeidsovereenkomst van kracht blijft?
3)
Indien het antwoord op de hierboven onder 1 gestelde vragen bevestigend luidt, sluit dan de omstandigheid dat de bevoegde lidstaat geen A1-formulier afgeeft, de toepassing van artikel 13, lid 1, sub b, van verordening nr. 883/2004 uit?
4)
Leggen de artikelen 16, lid 5, en/of 20, lid 1, of enig ander artikel van verordening nr. 987/2009 de lidstaat de verplichting op om uit eigen beweging op basis van de voorlopige vaststelling van de toepasselijke wetgeving door de lidstaat van woonplaats, een Α1-formulier af te geven zonder dat de betrokken werkgever in de bevoegde lidstaat daartoe een afzonderlijk verzoek hoeft in te dienen?
(1) Verordening (EG) nr. 883/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels (PB L 166, blz. 1).
(2) Verordening (EG) nr. 987/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009 tot vaststelling van de wijze van toepassing van verordening (EG) nr. 883/2004 betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels (PB L 284, blz. 1).
Full & Egal Universal Law Academy