7.7.2014
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 212/19
Hogere voorziening ingesteld op 7 mei 2014 door LG Display Co. Ltd en LG Display Taiwan Co. Ltd tegen het arrest van het Gerecht (Zesde kamer) van 27 februari 2014 in zaak T-128/11, LG Display Co. Ltd en LG Display Taiwan Co. Ltd/Europese Commissie
(Zaak C-227/14 P)
2014/C 212/22
Procestaal: Engels
Partijen
Rekwirantes: LG Display Co. Ltd en LG Display Taiwan Co. Ltd (vertegenwoordigers: A. Winckler en F.-C. Laprévote, advocaten)
Andere partij in de procedure: Europese Commissie
Conclusies
Rekwirantes verzoeken het Hof:
—
het arrest van het Gerecht in zaak T-128/11 gedeeltelijk te vernietigen, voor zover daarbij hun verzoek om gedeeltelijke nietigverklaring van het besluit van de Commissie van 8 december 2010 in zaak COMP/39.309 is afgewezen;
—
het besluit van de Commissie op basis van de hem ter beschikking staande gegevens gedeeltelijk nietig te verklaren en de daarbij opgelegde geldboeten te verlagen — om het Hof hierbij van dienst te zijn, verstrekt LG Display in bijlage A.2 een tabel waarin de geldboeten voor verschillende scenario’s zijn berekend. LG Display geeft eerbiedig te kennen dat het Hof van Justitie over voldoende informatie beschikt om zijn volledige rechtsmacht uit te oefenen;
—
de Commissie te verwijzen in de gerechtskosten en de andere kosten die LG Display in verband met deze zaak heeft gemaakt; en
—
iedere andere maatregel te nemen die het passend acht.
Middelen en voornaamste argumenten
Met haar eerste middel bestrijdt LG Display de conclusie van het Gerecht dat de Commissie de verkopen van LG Display aan haar moedermaatschappijen LGE en Philips mocht meetellen bij de waarde van de verkopen met het oog op de berekening van de aan LG Display op te leggen geldboete. Dit middel omvat twee onderdelen. Ten eerste heeft het Gerecht blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting, zijn arrest ontoereikend gemotiveerd, het bewijs kennelijk onjuist voorgesteld, LG Displays rechten van verdediging geschonden en nagelaten om zijn volledige rechtsmacht uit te oefenen, door te oordelen dat de Commissie interne verkopen mag meetellen bij de waarde van de verkopen met het oog op de berekening van de geldboete, op de loutere grond dat deze verkopen plaatsvonden op een door het kartel beïnvloede markt waarop LG Display actief was. Ten tweede heeft het Gerecht blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting, zijn arrest ontoereikend gemotiveerd, het bewijs kennelijk onjuist voorgesteld en LG Displays rechten van verdediging geschonden door de bevinding van de Commissie te bevestigen dat de interne verkopen inderdaad door het kartel waren beïnvloed.
Met haar tweede middel bestrijdt LG Display het oordeel van het Gerecht dat de Commissie terecht heeft geweigerd om LG Display gedeeltelijke boete-immuniteit toe te kennen voor het jaar 2005. Dit middel omvat twee onderdelen. Ten eerste heeft het Gerecht blijk gegeven van een onjuiste opvatting van het materiële recht en zijn arrest ontoereikend gemotiveerd door degene die om volledige immuniteit verzocht bevoorrecht te behandelen ten aanzien van gedeeltelijke immuniteit. Ten tweede heeft het Gerecht het bewijs kennelijk onjuist voorgesteld en blijk gegeven van een onjuiste opvatting van het materiële recht door te weigeren om aan LG Display gedeeltelijke boete-immuniteit toe te kennen voor de periode vanaf 26 augustus 2005, hoewel de Commissie niet beschikte over door de verzoeker om immuniteit aangedragen bewijs dat LG Display na die datum aan het kartel was blijven deelnemen.
Full & Egal Universal Law Academy