21.7.2014
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 235/9
Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Audiencia Provincial de Barcelona (Spanje) op 13 mei 2014 — Safe Interenvíos, S.A./Liberbank, S.A. e.a.
(Zaak C-235/14)
2014/C 235/13
Procestaal: Spaans
Verwijzende rechter
Audiencia Provincial de Barcelona
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Safe Interenvíos, S.A.
Verwerende partijen: Liberbank, S.A., Banco de Sabadell, S.A. en Banco Bilbao Vizcaya Argentaria, S.A.
Prejudiciële vragen
1)
Wat de uitlegging van artikel 11, lid 1, van richtlijn 2005/60/EG (1) betreft:
a.
Indien gelezen in samenhang met artikel 7 van de richtlijn, heeft de Uniewetgever met deze bepaling willen voorzien in een strikte uitzondering op de toepassing van klantenonderzoeksmaatregelen door kredietinstellingen wanneer de klanten betalingsinstellingen zijn die op hun beurt onderworpen zijn aan hun eigen toezichtsysteem, of aan kredietinstellingen slechts de bevoegdheid willen verlenen om die uitzondering te maken?
b.
Indien gelezen in samenhang met artikel 5 van de richtlijn, kan de nationale wetgever de hierin vervatte uitzondering in nationaal recht omzetten in bewoordingen die afwijken van de inhoud van deze bepaling?
c.
Is de in artikel 11, lid 1, vervatte uitzondering van gelijke toepassing op klantenonderzoeksmaatregelen en verscherpte klantenonderzoeksmaatregelen?
2)
Subsidiair, in het geval dat het antwoord op de bovenstaande vragen bevestigt dat kredietinstellingen al dan niet verscherpte klantenonderzoeksmaatregelen kunnen toepassen op betalingsinstellingen:
a.
In hoeverre mogen kredietinstellingen toezicht uitoefenen op de activiteiten van betalingsinstellingen? Kunnen kredietinstellingen aan richtlijn 2005/60/EG de bevoegdheid ontlenen om toezicht uit te oefenen op de procedures en maatregelen voor klantenonderzoek die worden toegepast door betalingsinstellingen, of berust die bevoegdheid uitsluitend bij de in richtlijn 2007/64/EG (2) bedoelde autoriteiten, zoals in dit geval de Banco de España (de Spaanse centrale bank)?
b.
Als kredietinstellingen gebruikmaken van deze bevoegdheid om klantenonderzoeksmaatregelen toe te passen, vereist dit dan een specifieke rechtvaardiging die kan worden afgeleid uit de handelwijze van de betalingsinstelling of kan algemeen gebruik worden gemaakt van deze bevoegdheid vanwege het enkele feit dat de betalingsinstelling een risicovolle activiteit uitoefent, zoals de overmaking van geld naar andere landen?
c.
In het geval dat kredietinstellingen de toepassing van klantenonderzoeksmaatregelen op betalingsinstellingen specifiek moeten rechtvaardigen:
i.
Wat zijn de gedragingen waarmee de kredietinstelling rekening moet houden bij de toepassing van klantenonderzoeksmaatregelen?
ii.
Is de kredietinstelling bevoegd om daarbij over te gaan tot beoordeling van de klantenonderzoeksmaatregelen die de betalingsinstelling in haar procedures toepast?
iii.
Vereist het gebruik van deze bevoegdheid dat de kredietinstelling met betrekking tot de activiteiten van de betalingsinstelling gedragingen heeft opgemerkt die haar doen vermoeden dat er sprake is van medewerking aan het witwassen van geld of de financiering van terrorisme?
3)
Voorts in het geval dat kredietinstellingen bevoegd worden geacht om verscherpte klantenonderzoeksmaatregelen toe te passen op betalingsinstellingen:
a.
Is het aanvaardbaar dat dergelijke maatregelen onder meer kunnen bestaan uit de eis dat de identiteit van alle cliënten namens wie gelden worden overgemaakt wordt doorgegeven, alsmede de identiteit van de ontvangers?
b.
Is de verplichte doorgifte van klantgegevens door betalingsinstellingen aan kredietinstellingen waarmee zij gedwongen zijn samen te werken en waarmee zij in de markt concurreren in overeenstemming met richtlijn 95/46/EG van het Europees parlement en de Raad van 24 oktober 1995 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (3)?
(1) Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad van 26 oktober 2005 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme (PB L 309, blz. 15).
(2) Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad van 13 november 2007 betreffende betalingsdiensten in de interne markt tot wijziging van de richtlijnen 97/7/EG, 2002/65/EG, 2005/60/EG en 2006/48/EG, en tot intrekking van richtlijn 97/5/EG (PB L 319, blz. 1).
(3) PB L 281, blz. 31.
Full & Egal Universal Law Academy