8.9.2014
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 303/20
Hogere voorziening ingesteld op 12 juni 2014 door Faci SpA tegen het arrest van het Gerecht (Derde kamer) van 20 maart 2014 in zaak T-46/10, Faci SpA/Europese Commissie
(Zaak C-291/14 P)
2014/C 303/26
Procestaal: Engels
Partijen
Rekwirante: Faci SpA (vertegenwoordigers: S. Piccardo, avvocato, en S. Crosby, advocaat)
Andere partij in de procedure: Europese Commissie
Conclusies
—
het arrest van het Gerecht van 20 maart 2014 in zaak T-46/10 vernietigen;
—
subsidiair, de aan rekwirante opgelegde geldboete opheffen of aanzienlijk verminderen;
—
de zaak terugwijzen naar het Gerecht voor nieuw onderzoek;
—
de Commissie verwijzen in rekwirantes kosten in eerste aanleg en in deze hogere voorziening.
Middelen en voornaamste argumenten
De hogere voorziening is gericht tegen het arrest van het Gerecht van 20 maart 2014 in zaak T 46/10. Dat arrest van het Gerecht verwierp rekwirantes beroep van 28 januari 2010 tegen beschikking C (2009) 8682 definitief van de Europese Commissie van 11 november 2009 betreffende een procedure op grond van artikel 81 EG en artikel 53 van de EER-Overeenkomst (zaak COMP/38.589 — Hittestabilisatoren). (1)
Rekwirante stelt twee middelen in hogere voorziening:
Rekwirantes eerste middel stelt een onjuiste rechtsopvatting van het Gerecht doordat het Gerecht de zwaarte van de inbreuk niet na november 1996 onder verwijzing naar de gewijzigde aard van het kartel onderzocht en dus geen rekening hield met alle voor de berekening van de aan rekwirante opgelegde geldboete relevante omstandigheden, zodat punt 20 van de richtsnoeren van 2006 inzake geldboeten en/of artikel 23 van verordening 1/2003 (2) alsook artikel 49 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie zijn geschonden.
Volgens rekwirantes tweede middel verrichtte het Gerecht geen doeltreffend en grondig onderzoek rechtens van de beschikking door met buitenbeschouwinglating van de feiten vast te stellen dat rekwirante zich had gedragen net als de andere betrokken ondernemingen behoudens minder nauwe betrokkenheid, en door zonder beoordeling het middel af te wijzen dat de mededinging door de toepassing van punt 35 van de richtsnoeren inzake geldboeten in rekwirantes nadeel onrechtmatig was verstoord vergeleken bij een concurrent, Bärlocher.
(1) PB C 307, 12.11.2010, blz. 9.
(2) Verordening (EG) nr. 1/2003 van de Raad van 16 december 2002 betreffende de uitvoering van de mededingingsregels van de artikelen 81 en 82 van het Verdrag, PB L 1, 04.01.2003, blz. 1.
Full & Egal Universal Law Academy