1.9.2014
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 292/19
Beroep ingesteld op 24 juni 2014 — Europese Commissie/Koninkrijk België
(Zaak C-302/14)
2014/C 292/23
Procestaal: Frans
Partijen
Verzoekende partij: Europese Commissie (vertegenwoordigers: P. Hetsch, O. Beynet, K. Herrmann, gemachtigden)
Verwerende partij: Koninkrijk België
Conclusies
—
vaststellen dat het Koninkrijk België, met betrekking tot richtlijn 2010/31/EU van het Europees Parlement en de Raad van 19 mei 2010 betreffende de energieprestatie van gebouwen (1), door voor bepaalde delen van zijn grondgebied de omzettingsbepalingen van de definities van artikel 2, punten 2, 7 en 9 en de eisen van de artikelen 8, lid 1, 9, lid 1, 11, leden 2 tot en met 5, en 18, alsook bijlage Π niet vast te stellen, althans door die bepalingen niet aan de Commissie te hebben meegedeeld, de krachtens artikel 28, lid 1, van die richtlijn op hem rustende verplichtingen niet is nagekomen;
—
het Koninkrijk België op grond van artikel 260, lid 3, VWEU een dwangsom van 42 178,50 EUR per dag opleggen, met ingang van de datum van het arrest van het Hof en te betalen op de rekening van de eigen middelen van de Europese Unie, omdat het zijn verplichting tot mededeling van maatregelen ter omzetting van een volgens een wetgevingsprocedure aangenomen richtlijn niet is nagekomen, en
—
het Koninkrijk België verwijzen in de kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
De omzettingstermijn van richtlijn 2010/31/EU is op 9 juli 2012 verstreken.
(1) PB L 153, blz. 13.
Full & Egal Universal Law Academy