15.9.2014
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 315/39
Verzoek om een prejudiciële beslissing, ingediend door de Hoge Raad der Nederlanden (Nederland) op 3 juli 2014 — B&S Global Transit Center BV, andere partij: Staatssecretaris van Financiën
(Zaak C-319/14)
2014/C 315/63
Procestaal: Nederlands
Verwijzende rechter
Hoge Raad der Nederlanden
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekster: B&S Global Transit Center BV
Andere partij: Staatssecretaris van Financiën
Prejudiciële vragen
1)
Moeten de artikelen 203 en 204 van het CDW (1) [Communautair douanewetboek] in samenhang gelezen met artikel 859 (in het bijzonder onder 6) van de UCDW (2) [Uitvoeringsverordening communautair douanewetboek] zo worden uitgelegd dat wanneer de douaneregeling extern communautair douanevervoer niet is beëindigd, maar wel documenten zijn overgelegd die aannemelijk maken dat de goederen het douanegebied van de Europese Unie hebben verlaten, deze niet-beëindiging niet leidt tot het ontstaan van een douaneschuld wegens een onttrekking aan het douanetoezicht in de zin van artikel 203 van het CDW, maar tot in beginsel het ontstaan van een douaneschuld op grond van artikel 204 van het CDW?
2)
Moet artikel 859, onder 6, van de UCDW zo worden uitgelegd dat deze bepaling uitsluitend betreft de niet-nakoming van (één van) de verplichtingen die samenhangen met de (weder)uitvoer van goederen zoals omschreven in de artikelen 182 tot en met 183 van het CDW? Of dient de zinsnede „zonder dat de vereiste formaliteiten zijn vervuld” zo te worden opgevat dat onder „de vereiste formaliteiten” mede zijn begrepen de formaliteiten die voorafgaande aan de (weder)uitvoer moeten worden vervuld om de douaneregeling waaronder de goederen zijn geplaatst, te beëindigen?
3)
Moet, bij bevestigende laatste vraag, artikel 859, beantwoording aanhef en derde gedachtestreepje, van de UCDW zo worden uitgelegd dat de omstandigheid dat de hiervoor onder 2 bedoelde formaliteiten niet zijn vervuld, niet eraan in de weg staat dat in een geval als het onderhavige — waarbij aan de hand van documenten is aangetoond dat de goederen het douanegebied van de Europese Unie hebben verlaten in aansluiting op het vervoer binnen de Unie — geacht kan worden te zijn voldaan aan de voorwaarde dat „alle formaliteiten voor het regulariseren van de situatie van de goederen alsnog worden vervuld”?
(1) Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad van 12 oktober 1992 tot vaststelling van het communautair douanewetboek (PB L 302, blz. 1).
(2) Verordening (EEG) nr. 2454/93 van de Commissie van 2 juli 1993 houdende vaststelling van enkele bepalingen ter uitvoering van verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad tot vaststelling van het communautair douanewetboek (PB L 253, blz. 1).
Full & Egal Universal Law Academy