22.9.2014
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 329/10
Beroep ingesteld op 28 juli 2014 — Europees Parlement/Raad van de Europese Unie
(Zaak C-363/14)
2014/C 329/12
Procestaal: Frans
Partijen
Verzoekende partij: Europees Parlement (vertegenwoordigers: F. Drexler, A. Caiola, M. Pencheva, gemachtigden)
Verwerende partij: Raad van de Europese Unie
Conclusies
—
uitvoeringsbesluit 2014/269/EU van de Raad van 6 mei 2014 tot wijziging van besluit 2009/935/JBZ wat betreft de lijst van derde staten en organisaties waarmee Europol overeenkomsten moet sluiten (1), nietig verklaren;
—
verwerende partij verwijzen in alle kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van zijn beroep voert het Europees Parlement drie middelen aan.
Het Europees Parlement stelt in de eerste plaats dat de Raad een onjuiste besluitvormingsprocedure heeft gebruikt voor de vaststelling van besluit 2014/269/EU. Het Parlement leidt daaruit af dat de Raad niet alleen de Verdragen maar ook wezenlijke vormvoorschriften heeft geschonden.
In de tweede plaats verwijt het Europees Parlement de Raad dat deze zich heeft gebaseerd op hetzij een door de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon afgeschafte rechtsgrondslag, hetzij een afgeleide rechtsgrondslag, die volgens de rechtspraak van het Hof van Justitie ongeldig zou zijn.
Ten slotte is het Parlement van mening dat de lijst van derde staten en organisaties waarmee Europol overeenkomsten moet sluiten, een onderdeel van de wetgevingsmaterie is. Dit onderdeel moet door de Uniewetgever als een wezenlijk onderdeel van de geregelde materie worden beschouwd. Bijgevolg zijn de rechtsgrondslag die de Raad heeft gebruikt en de procedure die hij heeft gevolgd, juridisch onjuist.
(1) PB L 138, blz. 104.
Full & Egal Universal Law Academy