10.11.2014
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 395/21
Beroep ingesteld op 25 juli 2014 — Europese Commissie/Italiaanse Republiek
(Zaak C-367/14)
2014/C 395/27
Procestaal: Italiaans
Partijen
Verzoekende partij: Europese Commissie (vertegenwoordigers: G. Conte, D. Grespan en B. Stromsky, gemachtigden)
Verwerende partij: Italiaanse Republiek
Conclusies
—
vaststellen dat de Italiaanse Republiek, door niet alle maatregelen te treffen die nodig zijn ter uitvoering van het arrest van het Hof van Justitie van 6 oktober 2011, zaak C-302/09, betreffende de terugvordering bij de begunstigden van de steun die bij beschikking 2000/394/EG van de Commissie van 25 november 1999 betreffende steunmaatregelen ten behoeve van de ondernemingen op het grondgebied van Venetië en Chioggia (1), onrechtmatig en met de gemeenschappelijke markt onverenigbaar is verklaard, de krachtens die beschikking en artikel 260 VWEU op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen;
—
de Italiaanse Republiek gelasten de Commissie een forfaitair bedrag te betalen waarvan de hoogte de uitkomst is van de vermenigvuldiging van een bedrag van 24 578,40 EUR per dag met het aantal dagen dat de inbreuk voortduurt vanaf de dag van uitspraak van het arrest in zaak C-302/09 tot aan de datum van de uitspraak van het arrest in de onderhavige zaak;
—
de Italiaanse Republiek gelasten de Commissie een dwangsom te betalen per semester, vastgesteld door de Commissie, vanaf het semester volgend op de uitspraak van het arrest in de onderhavige zaak, door de dwangsom van 1 87 264 EUR per dag te vermenigvuldigen met 182,5 en met het percentage van de nog terug te vorderen steun aan het einde van het semester in verhouding tot het totaalbedrag van de nog terug te vorderen steun op het tijdstip waarop het Hof uitspraak zal hebben gedaan in de onderhavige zaak;
—
de Italiaanse Republiek verwijzen in de kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
De Italiaanse Republiek heeft niet alle maatregelen getroffen die nodig zijn om de steun terug te vorderen die onwettig en onverenigbaar is verklaard bij de beschikking, zoals vereist in het arrest in zaak C-302/09, daar na bijna drie jaar na het arrest waarin de inbreuk was vastgesteld, nog (minstens) 3 3 0 32 000 EUR moet worden teruggevorderd van 99 begunstigden, dat wil zeggen ongeveer 70 % van de terug te vorderen steun.
Niettegenstaande het feit dat na het arrest waarbij de inbreuk was vastgesteld, verdere maatregelen zijn getroffen, moet immers een groot deel van de steun nog worden teruggevorderd en is er daarbij geen enkele vooruitgang van betekenis geboekt.
Bijgevolg moet worden vastgesteld dat de Italiaanse Republiek geen uitvoering heeft gegeven aan het arrest waarbij de inbreuk was vastgesteld.
(1) Beschikking van de Commissie van 25 november 1999 betreffende de steunmaatregelen ten behoeve van de ondernemingen op het grondgebied van Venetië en Chioggia zoals bedoeld in wetten nr. 30/1997 en nr. 206/1995 houdende verlagingen van sociale bijdragen (Kennisgeving geschied onder nummer C(1999) 4268) (Voor de EER relevante tekst) (PB L 150, blz. 50).
Full & Egal Universal Law Academy