1.12.2014
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 431/12
Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Commissione Tributaria Regionale di Mestre-Venezia (Italië) op 3 september 2014 — Fratelli De Pra SpA, SAIV SpA/Agenzia Entrate — Direzione Provinciale Ufficio Controlli Belluno, Agenzia Entrate — Direzione Provinciale Ufficio Controlli Vicenza
(Zaak C-416/14)
(2014/C 431/19)
Procestaal: Italiaans
Verwijzende rechter
Commissione Tributaria Regionale di Mestre-Venezia
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partijen: Fratelli De Pra SpA, SAIV SpA
Verwerende partijen: Agenzia Entrate — Direzione Provinciale Ufficio Controlli Belluno, Agenzia Entrate — Direzione Provinciale Ufficio Controlli Vicenza
Prejudiciële vragen
1)
Is de nationale regeling voor eindapparatuur voor mobiele radiocommunicatie via de ether die wordt gevormd door
—
artikel 2, lid 4, van D.L. nr. 4/2014, omgezet in wet nr. 50/2014;
—
artikel 160 van D.Lgs. nr. 259/2003;
—
artikel 21 van de aan DPR nr. 641/72 gehechte tarieflijst,
waarin eindapparatuur wordt gelijkgesteld aan radiotoestellen en die voorschrijft dat een gebruiker daarvan over een algemene machtiging beschikt en hem een vergunning voor een radiotoestel wordt afgegeven, die gelden als aanknopingspunt voor de belastingheffing, verenigbaar met het gemeenschapsrecht (richtlijn 1999/5 (1) en de richtlijnen 2002/19 (2), 2002/20 (3), 2002/21 (4) en 2002/22 (5))?
Is het, inzonderheid in verband met het gebruik van eindapparatuur, verenigbaar met het gemeenschapsrecht dat de Italiaanse Staat de gebruiker verplicht over een algemene machtiging en een vergunning voor radiotoestellen te beschikken, nu het op de markt brengen, het vrij verkeer en het in gebruik nemen van eindapparatuur al omvattend zijn geregeld door het gemeenschapsrecht (richtlijn 1999/5) zonder dat een algemene machtiging en/of vergunning is voorgeschreven?
De algemene machtiging en de vergunning worden voorgeschreven door de nationale regeling:
—
hoewel de algemene machtiging geen betrekking heeft op de gebruiker van eindapparatuur, maar enkel op ondernemingen die elektronischecommunicatienetwerken en -diensten aanbieden (artikelen 1 tot en met 3 van de machtigingsrichtlijn 2002/20);
—
hoewel de concessie is voorgeschreven voor individuele gebruiksrechten voor radiofrequenties en voor rechten om nummers te gebruiken, situaties die zeker niet aan de orde zijn bij het gebruik van eindapparatuur;
—
hoewel de gemeenschapsregeling geen verplichting kent om te beschikken over een algemene machtiging of een vergunning voor eindapparatuur;
—
hoewel artikel 8 van richtlijn 1999/5 bepaalt dat de lidstaten „het op de markt brengen en het in gebruik nemen op hun grondgebied van apparatuur die is voorzien van het [...] CE-merkteken” niet „verbieden, beperken of verhinderen”;
—
hoewel een radiotoestel en eindapparatuur voor mobiele radiocommunicatie via de ether, en de regelgeving daarvan, verschillen en zij niet homogeen zijn.
2)
Is de nationale regeling die wordt gevormd door
—
artikel 2, lid 4, van D.L. nr. 4/2014, omgezet in wet nr. 50/2014;
—
artikel 160 van D.Lgs. nr. 259/2003;
—
artikel 21 van de aan DPR nr. 641/72 gehechte tarieflijst;
—
artikel 3 van D.M. nr. 33/1990;
op grond waarvan
—
het in artikel 20 van richtlijn 2002/22 bedoelde contract tussen de exploitant en de gebruiker om de commerciële betrekkingen te regelen tussen consumenten en eindgebruikers enerzijds en een onderneming of ondernemingen die aansluiting en bijbehorende diensten aanbieden anderzijds — „op zich” ook kan gelden als vervangend document voor de algemene machtiging en/of vergunning voor een radiotoestel, zonder tussenkomst, activiteit of controle door de overheid;
—
het contract tevens de kenmerken van het type eindapparatuur en de homologatie (niet voorgeschreven krachtens artikel 8 van richtlijn 1999/5) moet bevatten,
verenigbaar met het gemeenschapsrecht (richtlijn 1999/5 en richtlijn 2002/20, met name artikel 20)?
3)
Zijn de bepalingen van artikel 2, lid 4, van D.L. nr. 4/2014, omgezet in wet nr. 50/2014, in samenhang met artikel 160 van D.Lgs. nr. 259/2003 en artikel 21 van de aan DPR nr. 641/1972 gehechte tarieflijst, waarin enkel een bepaalde categorie gebruikers, partijen bij een contract dat formeel als „abonnement” wordt benoemd, verplicht wordt te beschikken over een algemene machtiging en een vergunning voor een radiotoestel, terwijl gebruikers van elektronischecommunicatiediensten met een anders benoemd contract (beltegoed of oplaadbaar) niet over een algemene machtiging of vergunning hoeven te beschikken, verenigbaar met de bovengenoemde bepalingen van gemeenschapsrecht?
4)
Staat artikel 8 van Europese richtlijn 1999/5 in de weg aan een nationale regeling zoals artikel 2, lid 4, van D.L. nr. 4/2014, omgezet in wet nr. 50/2014, artikel 160 van D.Lgs. nr. 259/2003 en artikel 21 van de aan DPR nr. 641/1972 gehechte tarieflijst, waarin:
—
een administratieve handeling is neergelegd voor de afgifte van een algemene machtiging en een vergunning voor een radiotoestel;
—
is bepaald dat ter zake hiervan een belasting voor overheidsconcessies verschuldigd is,
aangezien deze handelingen een beperking zijn van het in gebruik nemen, het gebruik en het vrij verkeer van eindapparatuur?
(1) Richtlijn 1999/5/EG van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 1999 betreffende radioapparatuur en telecommunicatie-eindapparatuur en de wederzijdse erkenning van hun conformiteit (PB L 91, blz. 10).
(2) Richtlijn 2002/19/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 maart 2002 inzake de toegang tot en interconnectie van elektronische-communicatienetwerken en bijbehorende faciliteiten (toegangsrichtlijn) (PB L 108, blz. 7).
(3) Richtlijn 2002/20/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 maart 2002 betreffende de machtiging voor elektronische-communicatienetwerken en -diensten (machtigingsrichtlijn) (PB L 108, blz. 21).
(4) Richtlijn 2002/21/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 maart 2002 inzake een gemeenschappelijk regelgevingskader voor elektronische-communicatienetwerken en -diensten (kaderrichtlijn) (PB L 108, blz. 33).
(5) Richtlijn 2002/22/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 maart 2002 inzake de universele dienst en gebruikersrechten met betrekking tot elektronische-communicatienetwerken en -diensten (universeledienstrichtlijn) (PB L 108, blz. 51).
Full & Egal Universal Law Academy