1.12.2014
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 431/14
Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Consiglio di Giustizia Amministrativa per la Regione siciliana (Italië) op 17 september 2014 — Impresa Edilux srl, in haar hoedanigheid van vertegenwoordiger van een tijdelijk samenwerkingsverband van ondernemingen, Società Italiana Costruzioni e Forniture srl (SICEF)/Assessorato Beni Culturali e Identità Siciliana — Servizio Soprintendenza Provincia di Trapani, Assessorato ai Beni Culturali e dell’Identità Siciliana, UREGA — Sezione provinciale di Trapani, Assessorato delle Infrastrutture e della Mobilità della Regione Siciliana
(Zaak C-425/14)
(2014/C 431/20)
Procestaal: Italiaans
Verwijzende rechter
Consiglio di Giustizia Amministrativa per la Regione siciliana
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partijen: Impresa Edilux srl, in haar hoedanigheid van vertegenwoordiger van een tijdelijk samenwerkingsverband van ondernemingen, Società Italiana Costruzioni e Forniture srl (SICEF)
Verwerende partijen: Assessorato Beni Culturali e Identità Siciliana — Servizio Soprintendenza Provincia di Trapani, Assessorato ai Beni Culturali e dell’Identità Siciliana, UREGA — Sezione provinciale di Trapani, Assessorato delle Infrastrutture e della Mobilità della Regione Siciliana
Prejudiciële vragen
1)
Verzet het recht van de Europese Unie, meer in het bijzonder artikel 45 van richtlijn 2004/18/EG (1), zich tegen een bepaling als artikel 1, lid 17, van legge nr. 190/2012, op grond waarvan een aanbestedende dienst als geldige grond voor de uitsluiting van een onderneming die deelneemt aan een aanbesteding voor de gunning van een overheidsopdracht, de omstandigheid in aanmerking mag nemen dat die onderneming niet de verplichtingen heeft aanvaard — of geen bewijs van die aanvaarding heeft overgelegd — die zijn vervat in de zogenoemde „protocolli di legalità” en, meer in het algemeen, in overeenkomsten die zijn gesloten tussen een aanbestedende dienst en de deelnemende ondernemingen en die tot doel hebben infiltraties van de georganiseerde misdaad bij de gunning van overheidsopdrachten te bestrijden?
2)
Kan overeenkomstig artikel 45 van richtlijn 2004/18/EG een bepaling van een lidstaat op grond waarvan de in de vorige vraag bedoelde uitsluiting mag worden toegepast, worden beschouwd als een afwijking van het beginsel dat uitsluitingsgronden exhaustief zijn, die is gerechtvaardigd door de dwingende noodzaak pogingen tot infiltratie van de georganiseerde misdaad bij procedures voor de gunning van overheidsopdrachten te bestrijden?
(1) Richtlijn 2004/18/EG van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor werken, leveringen en diensten (PB L 134, blz. 114).
Full & Egal Universal Law Academy