12.1.2015
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 7/12
Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Fővárosi Közigazgatási és Munkaügyi Bíróság (Hongarije) op 3 oktober 2014 — Fadil Cocaj/Bevándorlási és Állampolgársági Hivatal
(Zaak C-459/14)
(2015/C 007/17)
Procestaal: Hongaars
Verwijzende rechter
Fővárosi Közigazgatási és Munkaügyi Bíróság
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Fadil Cocaj
Verwerende partij: Bevándorlási és Állampolgársági Hivatal
Prejudiciële vragen
1)
Wat zijn juist de inhoud en de formele en materiële eisen van de registratie als bedoeld in artikel 2, punt 2, sub b, van richtlijn 2004/38/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 (1)?
2)
Op welke manier, in welke vorm en voor welke instantie moet de registratie als bedoeld in artikel 2, punt 2, sub b, van richtlijn 2004/38/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 plaatsvinden? Indien de registratie dient te gebeuren bij een instantie, welke formele en materiële criteria gelden dan voor die instantie in de betrokken lidstaat?
3)
Kan de genoemde bepaling gelet op het bepaalde in artikel 37 van de richtlijn aldus worden uitgelegd dat de bepalingen omtrent de partner uitsluitend op partners van verschillend geslacht zien, of zien zij ook op partners van gelijk geslacht?
4)
Indien geregistreerde partners krachtens het recht van een lidstaat als familielid worden aangemerkt voor de toepassing van de richtlijn, kan de richtlijn dan aldus worden uitgelegd dat het daarbij slechts om partners van verschillend geslacht gaat?
5)
Kan de richtlijn aldus worden uitgelegd dat voor de toepassing ervan aangenomen moet worden dat sprake is van een geregistreerd partnerschap wanneer de partij vermeld staat in het register van partnerschapsverklaringen van een lidstaat?
6)
Kan de genoemde bepaling aldus worden uitgelegd dat indien het recht van een lidstaat het geregistreerd partnerschap niet volledig gelijkstelt met het huwelijk, er dan bij een geregistreerd partnerschap in geen geval sprake is van aanmerking als familielid, ook niet op grond van het bepaalde in artikel 37 van de richtlijn?
7)
Kan de genoemde bepaling aldus worden uitgelegd dat de gelijkstelling met het huwelijk betrekking moet hebben op alle situaties en rechtsgevolgen? Indien geen volledige gelijkstelling is vereist, welke aspecten van het huwelijk en het geregistreerd partnerschap moeten in elk geval overeenkomen?
8)
Is het of kan het voor de toepassing van de genoemde bepaling van belang zijn of het recht van een lidstaat het begrip inschrijving („bejegyzés”) en het begrip registratie („regisztrácio”) onderscheidt of door elkaar gebruikt?
9)
Kan artikel 37 van de richtlijn aldus worden uitgelegd dat de regelgeving van een lidstaat die niet voorschrijft dat het partnerschap gelijk moet worden gesteld met het huwelijk, als een gunstiger nationale bepaling in de zin van dat artikel kan worden beschouwd?
(1) Richtlijn betreffende het recht van vrij verkeer en verblijf op het grondgebied van de lidstaten voor de burgers van de Unie en hun familieleden, tot wijziging van verordening (EEG) nr. 1612/68 en tot intrekking van richtlijnen 64/221/EEG, 68/360/EEG, 72/194/EEG, 73/148/EEG, 75/34/EEG, 75/35/EEG, 90/364/EEG, 90/365/EEG en 93/96/EEG (PB L 158, blz. 77).
Full & Egal Universal Law Academy