9.2.2015
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 46/17
Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Oberste Gerichtshof (Oostenrijk) op 31 oktober 2014 — KA Finanz AG/Sparkassen Versicherung AG Vienna Insurance Group
(Zaak C-483/14)
(2015/C 046/24)
Procestaal: Duits
Verwijzende rechter
Oberster Gerichtshof
Partijen in het hoofdgeding
Verweerster en verzoekster in „Revision”: KA Finanz AG
Verzoekster en verweerster in „Revision”: Sparkassen Versicherung AG Vienna Insurance Group
Prejudiciële vragen
1)
Dient artikel 1, lid 2, sub e, van het Verdrag inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst van 1980 (EVO) (1) aldus te worden uitgelegd, dat de uitzondering „recht inzake vennootschappen” zich uitstrekt tot
a.
herstructureringen zoals fusies en splitsingen, alsmede tot
b.
de bescherming van schuldeisers in artikel 15 van de Derde richtlijn (78/855/EEG) van de Raad van 9 oktober 1978 op de grondslag van artikel 54, lid 3, sub g, van het Verdrag betreffende fusies van naamloze vennootschappen (2)?
2)
Geldt die uitzondering ook wanneer artikel 15 van richtlijn 2011/35/EU van het Europees Parlement en de Raad van 5 april 2011 betreffende fusies van naamloze vennootschappen (3) wordt toegepast?
3)
Indien de eerste en de tweede vraag bevestigend worden beantwoord, moet aan de uitzondering als bedoeld in artikel 1, lid 2, sub d, van de Rome I-verordening (4) dan dezelfde uitlegging worden gegeven als aan artikel 1, lid 2, sub e, EVO, waarvoor eerstgenoemde bepaling in de plaats is gekomen, of moet zij anders worden uitgelegd? Zo ja, in welke zin?
4)
Kunnen aan het Europese primaire recht zoals de vrijheid van vestiging als bedoeld in artikel 49 VWEU, het vrij verrichten van diensten als bedoeld in 56 VWEU of het vrij verkeer van kapitaal en betalingen als bedoeld in artikel 63 VWEU, aanwijzingen voor de conflictenrechtelijke behandeling van fusies worden ontleend, in het bijzonder voor het antwoord op de vraag of het nationale recht van de staat van de overnemende vennootschap dan wel het nationale recht van de over te nemen vennootschap dient te worden toegepast?
5)
Indien vraag 4 ontkennend wordt beantwoord, kunnen dan aan het Europese afgeleide recht zoals richtlijn 2005/56/EG van het Europees Parlement en de Raad van 26 oktober 2005 betreffende grensoverschrijdende fusies van kapitaalvennootschappen (5), richtlijn 2011/35/EU van het Europees Parlement en de Raad van 5 april 2011 betreffende fusies van naamloze vennootschappen of de Zesde richtlijn (82/891/EEG) van de Raad van 17 december 1982 op de grondslag van artikel 54, lid 3, sub g, van het Verdrag betreffende splitsingen van naamloze vennootschappen (6), beginselen voor de conflictenrechtelijke behandeling worden ontleend, in het bijzonder voor de vraag of het nationale recht van de staat van de overnemende vennootschap dan wel het nationale recht van de over te nemen vennootschap dient te worden toegepast, of wordt het aan het nationale conflictenrecht overgelaten te kiezen bij welk nationaal materieel recht wordt aangeknoopt?
6)
Dient artikel 15 van de Derde richtlijn (78/855/EEG) van de Raad van 9 oktober 1978 op de grondslag van artikel 54, lid 3, sub g, van het Verdrag betreffende fusies van naamloze vennootschappen aldus te worden uitgelegd, dat de emittent jegens de houder van effecten waaraan bijzondere rechten verbonden zijn maar die geen aandelen zijn, met name bij achtergestelde obligaties bevoegd is om in geval van een grensoverschrijdende fusie de rechtsverhouding te beëindigen en de rechthebbenden uit te sluiten?
7)
Dient artikel 15 van richtlijn 2011/35/EU van het Europees Parlement en de Raad van 5 april 2011 betreffende fusies van naamloze vennootschappen op dezelfde manier te worden uitgelegd?
(1) 80/934/EEG: Verdrag inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst ter ondertekening opengesteld te Rome op 19 juni 1980 (PB L 266, blz. 1).
(2) PB L 295, blz. 36.
(3) PB L 110, blz. 1.
(4) Verordening (EG) nr. 593/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 2008 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst (Rome I) (PB L 177, blz. 6).
(5) PB L 310, blz. 1.
(6) PB L 378, blz. 47.
Full & Egal Universal Law Academy