9.3.2015
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 81/3
Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Ustavno sodišče (Slovenië) op 20 november 2014 — Tadej Kotnik e.a., Jože Sedonja e.a., Fondazione cassa di risparmio di Imola, Imola, Italiaanse Republiek, Andrej Pipuš en Dušanka Pipuš, Tomaž Štrukelj, Luka Jukič, Angel Jaromil, Franc Marušič e.a., Stajka Skrbinšek, Janez Forte e.a., Marija Pipuš, Državni svet Republike Slovenije, Varuh človekovih pravic Republike Slovenije/Državni zbor Republike Slovenije
(Zaak C-526/14)
(2015/C 081/04)
Procestaal: Sloveens
Verwijzende rechter
Ustavno sodišče
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partijen: Tadej Kotnik e.a., Jože Sedonja e.a., Fondazione cassa di risparmio di Imola, Imola, Italiaanse Republiek, Andrej Pipuš en Dušanka Pipuš, Tomaž Štrukelj, Luka Jukič, Angel Jaromil, Franc Marušič e.a., Stajka Skrbinšek, Janez Forte e.a., Marija Pipuš, Državni svet Republike Slovenije, Varuh človekovih pravic Republike Slovenije
Verwerende partij: Državni zbor Republike Slovenije
Prejudiciële vragen
1.
a)
Moet de bankenmededeling (1), gelet op de rechtsgevolgen die zij concreet teweegbrengt, op het feit dat de Europese Unie overeenkomstig artikel 3, lid 1, onder b), VWEU exclusief bevoegd is op het gebied van staatssteun en op het feit dat de Commissie overeenkomstig artikel 108 VWEU bevoegd is om besluiten op dat gebied vast te stellen, aldus worden uitgelegd dat zij bindend is voor lidstaten die voornemens zijn staatssteun aan kredietinstellingen te verlenen teneinde een ernstige verstoring in de economie op te heffen, nu dit soort steun permanent is en niet gemakkelijk kan worden teruggedraaid?
b)
Zijn de punten 40 tot en met 46 van de bankenmededeling, die aan de mogelijkheid tot het verlenen van staatssteun die bedoeld is om een ernstige verstoring in de nationale economie op te heffen, de verplichting koppelen eigen vermogen, hybride kapitaal en achtergestelde schuld volledig af te schrijven en/of hybride kapitaal- en achtergestelde schuldinstrumenten in eigen vermogen om te zetten, zodat de steunmaatregelen — gelet op de „moral hazard” die zij kunnen doen ontstaan — tot het noodzakelijke minimum kunnen worden beperkt, in strijd met de artikelen 107 VWEU, 108 VWEU en 109 VWEU, aangezien de Commissie daarmee haar bevoegdheid overschrijdt, zoals die in de voormelde VWEU-bepalingen betreffende staatssteun is afgebakend?
c)
Indien de vraag onder b) ontkennend wordt beantwoord, zijn de punten 40 tot en met 46 van de bankenmededeling, die aan de mogelijkheid om staatssteun te verlenen de verplichting koppelen het eigen vermogen volledig af te schrijven en/of hybride kapitaal- en achtergestelde schuldinstrumenten in eigen vermogen om te zetten, verenigbaar met het in het Unierecht verankerde vertrouwensbeginsel, voor zover die verplichting ziet op aandelen (kapitaal) en hybride kapitaal- en achtergestelde schuldinstrumenten die vóór de bekendmaking van de bankenmededeling zijn uitgegeven en die ten tijde van de uitgifte enkel bij faillissement van de bank zonder vergoeding geheel of gedeeltelijk konden worden afgeschreven?
d)
Indien de vraag onder b) ontkennend en die onder c) bevestigend wordt beantwoord, zijn de punten 40 tot en met 46 van de bankenmededeling, die aan de mogelijkheid om staatssteun te verlenen de verplichting koppelen eigen vermogen, hybride kapitaal en achtergestelde schuldinstrumenten volledig af te schrijven en/of hybride kapitaal- en achtergestelde schuldinstrumenten in eigen vermogen om te zetten, zonder dat een insolventieprocedure is geopend en afgerond in het kader waarvan het vermogen van de schuldenaar wordt vereffend bij een gerechtelijke procedure waarin de houders van achtergestelde financiële instrumenten procespartij zijn, verenigbaar met het recht op eigendom als bedoeld in artikel 17, lid 1, van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie?
e)
Indien de vraag onder b ontkennend en die onder c) en d) bevestigend worden beantwoord, zijn de punten 40 tot en met 46 van de bankenmededeling, die aan de mogelijkheid om staatssteun te verlenen de verplichting koppelen eigen vermogen, hybride kapitaal en achtergestelde schuldinstrumenten volledig af te schrijven en/of hybride kapitaal- en achtergestelde schuldinstrumenten in eigen vermogen om te zetten, voor zover ter uitvoering van die maatregelen het kernkapitaal van de naamloze vennootschap dient te worden verlaagd en/of verhoogd op grond van een besluit van het bevoegde bestuursorgaan, en niet op grond van een besluit van de algemene vergadering van de naamloze vennootschap, in strijd met de artikelen 29, 34, 35 en 40 tot en met 42 van richtlijn 2012/30/EU van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 strekkende tot het coördineren van de waarborgen welke in de lidstaten worden verlangd van de vennootschappen in de zin van artikel 54, tweede alinea, [VWEU], om de belangen te beschermen zowel van de deelnemers in deze vennootschappen als van derden met betrekking tot de oprichting van de naamloze vennootschap, alsook de instandhouding en wijziging van haar kapitaal, zulks teneinde die waarborgen gelijkwaardig te maken (2)?
f)
Kan de bankenmededeling, gelet op punt 19 ervan — met name het in dat punt gestelde vereiste de grondrechten te eerbiedigen –, alsook op punt 20 en de in de punten 43 en 44 ervan opgenomen verplichting om hybride kapitaal en achtergestelde schuldinstrumenten om te zetten of af te schrijven, in beginsel voordat staatssteun wordt verleend, aldus worden uitgelegd dat lidstaten die voornemens zijn staatssteun aan kredietinstellingen te verlenen teneinde een ernstige verstoring in de economie op te heffen, niet gehouden zijn de voornoemde omzetting of afschrijving aan die instellingen op te leggen als een voorwaarde waaronder overeenkomstig artikel 107, lid 3, onder b), VWEU staatssteun kan worden verleend, dan wel aldus worden opgevat dat het voor rechtmatige staatssteun voldoende is dat de omzettings- of afschrijvingsmaatregel voor het evenredige deel wordt uitgevoerd?
2.
Kan artikel 2, zevende streepje, van [richtlijn 2001/24/EG (3)] aldus worden uitgelegd dat ook de in de punten 40 tot en met 46 van de bankenmededeling bedoelde maatregelen inzake lastendeling door de aandeelhouders en de achtergestelde crediteuren (afschrijving van tier 1-kernkapitaal, hybride kapitaal en achtergestelde schuldinstrumenten alsook omzetting van hybride kapitaal- en achtergestelde schuldinstrumenten in eigen vermogen) als saneringsmaatregelen kunnen worden aangemerkt?
(1) Mededeling van de Commissie betreffende de toepassing vanaf 1 augustus 2013 van de staatssteunregels op maatregelen ter ondersteuning van banken in het kader van de financiële crisis (PB C 216, blz. 1; hierna: „bankenmededeling”).
(2) PB L 315, blz. 74.
(3) Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad van 4 april 2001 betreffende de sanering en de liquidatie van kredietinstellingen (PB L 125, blz. 15).
Full & Egal Universal Law Academy