2.2.2015
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 34/14
Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Tribunale di Bergamo (Italië) op 24 november 2014 — Strafzaak tegen Andrea Gaiti e.a.
(Zaak C-534/14)
(2015/C 034/15)
Procestaal: Italiaans
Verwijzende rechter
Tribunale di Bergamo
Partijen in de strafzaak
Andrea Gaiti, Sidi Amidou Billa, Joseph Arasomwan, Giuseppe Carissimi, Sahabou Songne
Prejudiciële vragen
1)
Moeten de artikelen 49 e.v. VWEU en 56 e.v. VWEU, ook in het licht van de in arrest nr. 72 van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 16 februari 2012 [in de gevoegde zaken C-72/10 en C-77/10] geformuleerde beginselen, aldus worden uitgelegd dat zij zich verzetten tegen de aanbesteding van concessies met een kortere looptijd dan de in het verleden verleende concessies?
2)
Moeten de artikelen 49 e.v. VWEU en 56 e.v. VWEU, ook in het licht van de in arrest nr. 72 van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 16 februari 2012 geformuleerde beginselen, aldus worden uitgelegd dat zij zich ertegen verzetten dat de kortere looptijd van de aan te besteden concessies vergeleken met de looptijd van de voorheen verleende concessies afdoende wordt gerechtvaardigd door de noodzaak de einddata van de concessies op elkaar af te stemmen?
3)
Moeten de artikelen 49 e.v. VWEU en 56 e.v. VWEU, ook in het licht van de in arrest nr. 72 van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 16 februari 2012 geformuleerde beginselen, aldus worden uitgelegd dat zij zich verzetten tegen een verplichting tot levering om niet van het gebruik van de in eigendom toebehorende materiële en immateriële goederen die het beheer- en inzamelnetwerk ten behoeve van spelen vormen in geval van beëindiging van de activiteit als gevolg van verstrijken van de looptijd van de concessie of als gevolg van intrekking of verval van de concessie?
Full & Egal Universal Law Academy