26.1.2015
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 26/22
Hogere voorziening ingesteld op 2 december 2014 door Arctic Paper Mochenwangen GmbH tegen het arrest van het Gerecht (Vijfde kamer) van 26 september 2014 in zaak T-634/13, Arctic Paper Mochenwangen GmbH/Europese Commissie
(Zaak C-551/14 P)
(2015/C 026/27)
Procestaal: Duits
Partijen
Rekwirante: Arctic Paper Mochenwangen GmbH (vertegenwoordiger: S. Kobes, advocaat)
Andere partij in de procedure: Europese Commissie
Conclusies
1.
vernietiging van het arrest van het Gerecht van 26 september 2014 in zaak T-634/13, voor zover het beroep wordt verworpen;
2.
toewijzing van de bij verzoekschrift in eerste aanleg ingestelde vordering, in dier voege dat artikel 1, lid 1, van het besluit van de Commissie van 5 september 2013 betreffende nationale uitvoeringsmaatregelen voor de voorlopige kosteloze toewijzing van broeikasgasemissierechten overeenkomstig artikel 11, lid 3, van richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad (C(2013) 5666, 2013/448/EU) (1) nietig wordt verklaard, voor zover deze bepaling de opneming van de in bijlage I, punt A, vermelde installatie met de identificatiecode DE000000000000563 in de lijst van onder richtlijn 2003/87/EG vallende installaties die krachtens artikel 11, lid 1, van richtlijn 2003/87/EG (2) door Duitsland bij de Commissie is ingediend, en de overeenkomstige voorlopige jaarlijkse hoeveelheden emissierechten die kosteloos aan deze installaties zijn toegewezen, afwijst;
3.
subsidiair: vernietiging van het in punt 1 vermelde arrest en terugverwijzing van de zaak naar het Gerecht;
4.
verwijzing van de Commissie in de kosten van de procedure.
Middelen en voornaamste argumenten
Rekwirante bekritiseert de schending van het recht van de Unie in de zin van artikel 58, eerste alinea, tweede volzin, derde alternatief, van het statuut van het Hof van Justitie van de Europese Unie. Het Gerecht heeft, in strijd met de grondrechten en het evenredigheidsbeginsel, de afwijzing door de Commissie van de toewijzing van kosteloze emissierechten op grond van een hardheidsclausule van een lidstaat verenigbaar geacht met het recht van de Unie. Het bestreden arrest schendt de rechten die rekwirante aan de artikelen 16 en 17 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie ontleent.
Rekwirante betoogt in verband met het aangevoerde middel dat de Commissie bij de regeling van de kosteloze toewijzing van emissierechten in besluit 2011/278/EU (3) geen voorziening heeft getroffen voor een passende individuele bescherming van grondrechten. De kosteloze toewijzing van emissierechten krachtens besluit 2011/278/EU vindt plaats aan de hand van categoriserende berekeningsfactoren. Dit besluit bevat evenwel geen regeling die een bijkomende toewijzing van kosteloze emissierechten mogelijk maakt in die gevallen waarin de toewijzing op basis van de categoriserende berekeningsfactoren leidt tot een abnormale last of ondraaglijke onbillijkheid in het individuele geval.
De verwerping van het beroep schendt de grondrechten van het Handvest en het evenredigheidsbeginsel. Het Gerecht heeft enkel rekening gehouden met de last die zich in typische gevallen voordoet als gevolg van de regeling van de handel in emissierechten en van de door besluit 2011/278/EU ingestelde toewijzingsregeling. In strijd met de rechtspraak van het Hof heeft het Gerecht de vereiste individuele bescherming van rekwirantes grondrechten volledig buiten beschouwing gelaten.
(1) PB L 240, blz. 27.
(2) Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 oktober 2013 tot vaststelling van een regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Gemeenschap en tot wijziging van richtlijn 96/61/EG van de Raad; PB L 275, blz. 32.
(3) Besluit van de Commissie van 27 april 2011 tot vaststelling van een voor de hele Unie geldende overgangsregeling voor de geharmoniseerde kosteloze toewijzing van emissierechten overeenkomstig artikel 10 bis van richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad; PB L 130, blz. 1.
Full & Egal Universal Law Academy