23.3.2015
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 96/3
Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Tribunal Superior de Justicia de Madrid (Spanje) op 22 december 2014 — Ana de Diego Porras/Ministerie van Defensie
(Zaak C-596/14)
(2015/C 096/05)
Procestaal: Spaans
Verwijzende rechter
Tribunal Superior de Justicia de Madrid, derde afdeling van de arbeids- en socialezekerheidskamer
Partijen in het hoofdgeding
Appellante: Ana de Diego Porras
Geïntimeerde: Ministerie van Defensie
Prejudiciële vragen
1)
Moeten de in clausule 4, lid 1, van de raamovereenkomst van het EVV, de UNICE en het CEEP (1) genoemde arbeidsvoorwaarden aldus worden uitgelegd dat deze mede de vergoeding bij beëindiging van een tijdelijke arbeidsovereenkomst omvatten?
2)
Indien de arbeidsvoorwaarden ook zien op die vergoeding, dient iemand met een rechtstreeks tussen een werkgever en een werknemer aangegane arbeidsovereenkomst of arbeidsverhouding voor bepaalde tijd waarvan het einde wordt bepaald door objectieve voorwaarden zoals het bereiken van een bepaald tijdstip, het voltooien van een bepaalde taak of het intreden van een bepaalde gebeurtenis, bij beëindiging van de arbeidsovereenkomst dezelfde vergoeding te ontvangen als een vergelijkbare werknemer in vaste dienst wanneer diens arbeidsovereenkomst om objectieve redenen eindigt?
3)
Indien de tijdelijke werknemer bij beëindiging van de arbeidsovereenkomst om objectieve redenen recht heeft op dezelfde vergoeding als een werknemer in vaste dienst, geeft artikel 49, lid 1, onder c), van het werknemersstatuut dan correct uitvoering aan richtlijn 1999/70/EG van de Raad van 28 juni 1999 betreffende de door het EVV, de UNICE en het CEEP gesloten raamovereenkomst inzake arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd of is deze bepaling discriminerend en in strijd met de richtlijn doordat zij afbreuk doet aan het doel en nuttig effect ervan?
4)
Als er geen objectieve gronden zijn om invalkrachten uit te sluiten van het recht op de vergoeding bij beëindiging van een tijdelijke arbeidsovereenkomst, levert de in het werknemersstatuut opgenomen regeling van de arbeidsvoorwaarden van invalkrachten die niet alleen afwijkt ten opzichte van werknemers in vaste dienst, maar ook ten opzichte van andere tijdelijke werknemers, dan discriminatie op?
(1) Richtlijn 1999/70/EG van de Raad van 28 juni 1999 betreffende de door het EVV, de UNICE en het CEEP gesloten raamovereenkomst inzake arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd (PB L 175, blz. 43).
Full & Egal Universal Law Academy