2.2.2015
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 34/52
Beroep ingesteld op 17 november 2014 — ZZ/Europees Parlement
(Zaak F-132/14)
(2015/C 034/64)
Procestaal: Frans
Partijen
Verzoekende partij: ZZ (vertegenwoordiger: L. Levi, advocaat)
Verwerende partij: Europees Parlement
Voorwerp en beschrijving van het geding
Nietigverklaring van de besluiten van het Europees Parlement genomen ter uitvoering van het arrest van het Gerecht voor ambtenarenzaken van 12 december 2013, F-129/12, CH/Parlement, en houdende weigering om een administratief onderzoek in te stellen naar verzoeksters wegens geweld ingediende klacht, betaling aan verzoekster van een aanvullend bedrag ter financiële compensatie en toekenning aan verzoekster van alle (bijkomende) voordelen verband houdende met haar overeenkomst van geaccrediteerd parlementair medewerkster waarvan de beëindiging nietig is verklaard bij het voormelde arrest van het Gerecht, en verzoek om vergoeding van de materiële en immateriële schade die zou zijn geleden
Conclusies van de verzoekende partij
—
nietigverklaring van het besluit van het Europees Parlement van 3 maart 2014, voor zover daarbij is geweigerd om een administratief onderzoek in te stellen in verband met de door verzoekster wegens geweld ingediende klacht, en van 2 april 2014, voor zover daarbij is geweigerd om verzoekster het bedrag van 5 686 EUR te betalen, welke besluiten de maatregelen vormen die de instelling haars inziens heeft getroffen ter uitvoering van het arrest van het Gerecht voor ambtenarenzaken van 12 december 2013 in zaak F-129/12, CH/Europees Parlement;
—
nietigverklaring van het besluit van het Europees Parlement van 4 augustus 2014, ontvangen op 7 augustus 2014, tot afwijzing van verzoeksters klacht van 16 april 2014, voor zover daarbij is geweigerd om verzoekster het bedrag van 5 686 EUR te betalen, de schade te vergoeden die zij heeft geleden door te late verkrijging van een gpm-badge, een e-mailadres op kantoor en toegang tot het intranet van het Europees Parlement, een administratief onderzoek in te stellen naar haar klacht wegens geweld en de immateriële schade te vergoeden die zij door laatstgenoemde weigering zou hebben geleden;
—
veroordeling van de verwerende partij tot betaling van een bedrag van 1 44 000 EUR ter vergoeding van verzoeksters materiële schade;
—
veroordeling van de verwerende partij tot betaling van een ex aequo et bono op 60 000 EUR vastgesteld bedrag ter vergoeding van verzoeksters immateriële schade;
—
veroordeling van de verwerende partij tot betaling van vertragingsrente over de voormelde bedragen van 5 686 EUR en 1 44 000 EUR, tegen het tarief van de Europese Centrale Bank, vermeerderd met twee punten;
—
verwijzing van de verwerende partij in alle kosten.
Full & Egal Universal Law Academy