20.6.2016
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 222/14
Arrest van het Gerecht van 3 mei 2016 – Post Bank Iran/Raad
(Zaak T-68/14) (1)
([„Gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid - Beperkende maatregelen ten aanzien van Iran ter voorkoming van nucleaire proliferatie - Bevriezing van tegoeden - Exceptie van onwettigheid - Artikel 46, lid 2, van verordening (EU) nr. 267/2012 - Artikel 215 VWEU - Artikel 20, lid 1, onder c), van besluit 2010/413/GBVB, zoals gewijzigd bij artikel 1, punt 7, van besluit 2012/35/GBVB - Artikel 23, lid 2, onder d), van verordening nr. 267/2012 - Grondrechten - Artikelen 2 VEU, 21 VEU en 23 VEU - Artikelen 17 en 52 van het Handvest van de grondrechten - Beoordelingsfout - Gelijke behandeling - Non-discriminatie - Beginsel van behoorlijk bestuur - Motiveringsplicht - Misbruik van bevoegdheid - Gewettigd vertrouwen - Evenredigheid”])
(2016/C 222/15)
Procestaal: Engels
Partijen
Verzoekende partij: Post Bank Iran (Teheran, Iran) (vertegenwoordiger: D. Luff, advocaat)
Verwerende partij: Raad van de Europese Unie (vertegenwoordigers: I. Rodios en M. Bishop, gemachtigden)
Interveniënte aan de zijde van verwerende partij: Europese Commissie (vertegenwoordigers: F. Castillo de la Torre en D. Gauci, gemachtigden)
Voorwerp
Ten eerste een verzoek tot nietigverklaring op grond van de artikelen 263 VWEU en 275 VWEU van besluit 2013/661/GBVB van de Raad van 15 november 2013 houdende wijziging van besluit 2010/413/GBVB betreffende beperkende maatregelen tegen Iran (PB L 306, blz. 18) en van uitvoeringsverordening (EU) nr. 1154/2013 van de Raad van 15 november 2013 tot uitvoering van verordening (EU) nr. 267/2012 betreffende beperkende maatregelen ten aanzien van Iran (PB L 306, blz. 3), voor zover zij verzoekster betreffen, en, ten tweede, een verzoek op grond van artikel 277 VWEU tot verklaring van niet-toepasselijkheid ten aanzien van verzoekster van artikel 20, lid 1, onder c), van besluit 2010/413/GBVB van de Raad van 26 juli 2010 betreffende beperkende maatregelen tegen Iran en tot intrekking van gemeenschappelijk standpunt 2007/140/GBVB (PB L 195, blz. 39), zoals gewijzigd bij artikel 1, punt 7, van besluit 2012/35/GBVB van de Raad van 23 januari 2012 (PB L 19, blz. 22), alsmede van de artikelen 23, lid 2, onder d), en 46, lid 2, van verordening (EU) nr. 267/2012 van de Raad van 23 maart 2012 betreffende beperkende maatregelen ten aanzien van Iran en tot intrekking van verordening (EU) nr. 961/2010 (PB L 88, blz. 1)
Dictum
1)
Het beroep wordt verworpen.
2)
Post Bank Iran wordt verwezen in de kosten.
(1) PB C 129 van 28.4.2014.
Full & Egal Universal Law Academy