10.8.2015
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 262/23
Arrest van het Gerecht van 25 juni 2015 — Iranian Offshore Engineering & Construction/Raad
(Zaak T-95/14) (1)
((„Gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid - Beperkende maatregelen ten aanzien van Iran ter voorkoming van nucleaire proliferatie - Bevriezing van tegoeden - Beoordelingsfout - Motiveringsplicht - Recht op effectieve rechterlijke bescherming - Misbruik van bevoegdheid - Eigendomsrecht - Gelijke behandeling”))
(2015/C 262/31)
Procestaal: Spaans
Partijen
Verzoekende partij: Iranian Offshore Engineering & Construction Co. (Teheran, Iran) (vertegenwoordigers: J. Viñals Camallonga, L. Barriola Urruticoechea en J. Iriarte Ángel, advocaten)
Verwerende partij: Raad van de Europese Unie (vertegenwoordigers: Á. de Elera-San Miguel Hurtado en V. Piessevaux, gemachtigden)
Voorwerp
Verzoek om nietigverklaring van besluit 2013/661/GBVB van de Raad van 15 november 2013 houdende wijziging van besluit 2010/413/GBVB betreffende beperkende maatregelen tegen Iran (PB L 306, blz. 18), en van uitvoeringsverordening (EU) nr. 1154/2013 van de Raad van 15 november 2013 tot uitvoering van verordening (EU) nr. 267/2012 van de Raad betreffende beperkende maatregelen ten aanzien van Iran (PB L 306, blz. 3), voor zover deze handelingen betrekking hebben op verzoekster
Dictum
1)
Het beroep wordt verworpen.
2)
Iranian Offshore Engineering & Construction Co. zal haar eigen kosten en die van de Raad van de Europese Unie dragen.
(1) PB C 102 van 7.4.2014.
Full & Egal Universal Law Academy