3.4.2017
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 104/42
Arrest van het Gerecht van 17 februari 2017 — Novar/EUIPO
(Zaak T-726/14) (1)
([„Niet-contractuele aansprakelijkheid - Bewijs van het bestaan, de geldigheid en de beschermingsomvang van het oudere merk - Internationale inschrijving waarin de Europese Unie wordt aangewezen - Beslissing tot afwijzing van de oppositie omdat het oudere recht niet is bewezen - Regel 19, lid 2, onder a), van verordening (EG) nr. 2868/95 - Herziening van de beslissing - Artikel 62, lid 2, van verordening (EG) nr. 207/2009 - Schade die bestaat in advocatenkosten - Causaal verband”])
(2017/C 104/59)
Procestaal: Duits
Partijen
Verzoekende partij: Novar GmbH (Albstadt, Duitsland) (vertegenwoordiger: R. Weede, advocaat)
Verwerende partij: Bureau voor intellectuele eigendom van de Europese Unie (vertegenwoordiger: S. Hanne, gemachtigde)
Voorwerp
Verzoek krachtens artikel 268 VWEU strekkende tot vergoeding van materiële schade die verzoekster zou hebben geleden door de advocatenkosten die zij heeft gemaakt in het kader van een beroep tegen een beslissing van de oppositieafdeling, die zou zijn vastgesteld met schending van regel 19, lid 2, onder a), van verordening (EG) nr. 2868/95 van de Commissie van 13 december 1995 tot uitvoering van verordening (EG) nr. 40/94 van de Raad inzake het gemeenschapsmerk, en van de algemene rechtsbeginselen
Dictum
1)
Het beroep wordt verworpen.
2)
Novar GmbH en het Bureau voor intellectuele eigendom van de Europese Unie (EUIPO) dragen elk hun eigen kosten.
(1) PB C 7 van 12.1.2015.
Full & Egal Universal Law Academy