29.10.2018
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 392/16
Arrest van het Gerecht van 13 september 2018 — Gazprom Neft/Raad
(Zaken T-735/14 en T-799/14) (1)
((„Gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid - Beperkende maatregelen naar aanleiding van acties van Rusland die de situatie in Oekraïne destabiliseren - Plaatsing en vervolgens handhaving van verzoeksters naam op de lijst van entiteiten waarop beperkende maatregelen van toepassing zijn - Motiveringsplicht - Rechtsgrondslag - Partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Unie en Rusland - Recht op eigendom - Recht om een economische activiteit uit te oefenen - Evenredigheid”))
(2018/C 392/19)
Procestaal: Engels
Partijen
Verzoekende partij: Gazprom Neft PAO, voorheen Gazprom Neft OAO (Sint-Petersburg, Rusland) (vertegenwoordigers: L. Van den Hende, J. Charles, advocaten, en S. Cogman, solicitor)
Verwerende partij: Raad van de Europese Unie (vertegenwoordigers: M. Bishop en S. Boelaert, gemachtigden)
Interveniënten aan de zijde van verwerende partij: Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland (vertegenwoordigers: aanvankelijk C. Brodie en S. Simmons, vervolgens C. Brodie en V. Kaye, vervolgens C. Brodie, C. Crane en S. Brandon, en ten slotte C. Brodie, R. Fadoju en S. Brandon, gemachtigden, bijgestaan door G. Facenna, QC, en C. Banner, barrister), Europese Commissie (vertegenwoordigers: L. Havas, T. Scharf en D. Gauci, gemachtigden)
Voorwerp
Op artikel 263 VWEU gebaseerd verzoek dat strekt tot nietigverklaring van, ten eerste, artikel 1, lid 2, onder b) tot en met d), artikel 1, leden 3 en 4, artikel 4, artikel 4a, artikel 7, lid 1, onder a), van en bijlage III bij besluit 2014/512/GBVB van de Raad van 31 juli 2014 betreffende beperkende maatregelen naar aanleiding van acties van Rusland die de situatie in Oekraïne destabiliseren (PB 2014, L 229, blz. 13), zoals gewijzigd bij besluit 2014/659/GBVB van de Raad van 8 september 2014 (PB 2014, L 271, blz. 54) en bij besluit 2014/872/GBVB van de Raad van 4 december 2014 (PB 2014, L 349, blz. 58), en ten tweede, artikel 3, artikel 3a, artikel 4, leden 3 en 4, artikel 5, lid 2, onder b) tot en met d), artikel 5, leden 3 en 4, artikel 11, lid 1, onder a), van en bijlage VI bij verordening (EU) nr. 833/2014 van de Raad van 31 juli 2014 betreffende beperkende maatregelen naar aanleiding van de acties van Rusland die de situatie in Oekraïne destabiliseren (PB 2014, L 229, blz. 1), zoals gewijzigd bij verordening (EU) nr. 960/2014 van de Raad van 8 september 2014 (PB 2014, L 271, blz. 3) en bij verordening (EU) nr. 1290/2014 van de Raad van 4 december 2014 (PB 2014, L 349, blz. 20)
Dictum
1)
De zaken T-735/14 en T-799/14 worden gevoegd voor het arrest.
2)
Het beroep wordt verworpen.
3)
Gazprom Neft PAO wordt verwezen in haar eigen kosten en in die van de Raad van de Europese Unie.
4)
De Europese Commissie en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland dragen elk hun eigen kosten.
(1) PB C 448 van 15.12.2014.
Full & Egal Universal Law Academy