29.10.2018
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 392/19
Arrest van het Gerecht van 13 september 2018 — DenizBank/Raad
(Zaak T-798/14) (1)
((„Gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid - Beperkende maatregelen naar aanleiding van acties van Rusland die de situatie in Oekraïne destabiliseren - Plaatsing van de naam van de entiteit die verzoekster in eigendom heeft op de lijst van entiteiten waarop beperkende maatregelen van toepassing zijn - Motiveringsplicht - Rechten van verdediging - Recht op effectieve rechterlijke bescherming - Associatieovereenkomst tussen de EU en Turkije - Grondrechten - Evenredigheid”))
(2018/C 392/22)
Procestaal: Engels
Partijen
Verzoekende partij: DenizBank A.Ş. (Istanbul, Turkije) (vertegenwoordigers: O. Jones, D. Heaton, barristers, R. Mattick, S. Utku, solicitors, en M. Lester, QC)
Verwerende partij: Raad van de Europese Unie (vertegenwoordigers: aanvankelijk S. Boelaert en A. de Elera-San Miguel Hurtado, vervolgens S. Boelaert en P. Mahnič Bruni, gemachtigden)
Interveniënte aan de zijde van verwerende partij: Europese Commissie (vertegenwoordigers: D. Gauci, L. Havas en F. Ronkes Agerbeek, gemachtigden)
Voorwerp
Verzoek krachtens artikel 263 VWEU strekkende tot nietigverklaring van, ten eerste, besluit 2014/512/GBVB van de Raad van 31 juli 2014 betreffende beperkende maatregelen naar aanleiding van acties van Rusland die de situatie in Oekraïne destabiliseren (PB 2014, L 229, blz. 13), zoals gewijzigd bij besluit 2014/659/GBVB van de Raad van 8 september 2014 (PB 2014, L 271, blz. 54), besluit 2014/872/GBVB van de Raad van 4 december 2014 (PB 2014, L 349, blz. 58), besluit (GBVB) 2015/2431 van de Raad van 21 december 2015 (PB 2015, L 334, blz. 22), besluit (GBVB) 2016/1071 van de Raad van 1 juli 2016 (PB 2016, L 178, blz. 21), en besluit (GBVB) 2016/2315 van de Raad van 19 december 2016 (PB 2016, L 345, blz. 65), en, ten tweede, verordening (EU) nr. 833/2014 van de Raad van 31 juli 2014 betreffende beperkende maatregelen naar aanleiding van de acties van Rusland die de situatie in Oekraïne destabiliseren (PB 2014, L 229, blz. 1), zoals gewijzigd bij verordening (EU) nr. 960/2014 van de Raad van 8 september 2014 (PB 2014, L 271, blz. 3), en verordening nr. 1290/2014 van de Raad van 4 december 2014 (PB 2014, L 349, blz. 20), voor zover die handelingen verzoekster betreffen
Dictum
1)
Het beroep wordt verworpen.
2)
DenizBank A.Ş. wordt verwezen in haar eigen kosten alsmede in die van de Raad van de Europese Unie.
3)
De Europese Commissie zal haar eigen kosten dragen.
(1) PB C 89 van 16.3.2015.
Full & Egal Universal Law Academy