16.11.2015
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 381/30
Beschikking van het Gerecht van 17 juli 2015 — EEB/Commissie
(Zaak T-565/14) (1)
([„Milieu - Verordening (EG) nr. 1367/2006 - Besluit van de Commissie inzake de kennisgeving door Polen van een nationaal plan voor de overgangsfase als bedoeld in artikel 32 van richtlijn 2010/75/EU inzake industriële emissies - Weigering van een interne herziening - Maatregel van individuele strekking - Verdrag van Aarhus - Beroepstermijn - Termijnoverschrijding - Beroep deels kennelijk niet-ontvankelijk en deels kennelijk rechtens ongegrond”])
(2015/C 381/33)
Procestaal: Engels
Partijen
Verzoekende partij: European Environmental Bureau (EEB) (Brussel, België) (vertegenwoordiger: S. Podskalská, advocaat)
Verwerende partij: Europese Commissie (vertegenwoordigers: L. Pignataro-Nolin, S. Petrova en G. Wilms, gemachtigden)
Voorwerp
Ten eerste, een verzoek tot nietigverklaring van besluit C (2014) 804 final van de Commissie van 17 februari 2014 inzake de kennisgeving door de Republiek Polen van een nationaal plan voor de overgangsfase als bedoeld in artikel 32 van richtlijn 2010/75/EU inzake industriële emissies, en, ten tweede, een verzoek tot nietigverklaring van besluit Ares (2014) 1915757 van de Commissie van 12 juni 2014 waarbij verzoekers verzoek tot herziening van het besluit 17 februari 2014 niet-ontvankelijk is verklaard
Dictum
1)
Het beroep wordt verworpen.
2)
Op de verzoeken tot interventie van de Raad van de Europese Unie, het Europese Parlement en de Republiek Polen hoeft niet meer te worden beslist.
3)
Het European Environmental Bureau (EEB) wordt verwezen in zijn eigen kosten en in die van de Europese Commissie.
4)
Het EEB, de Commissie, de Raad, het Parlement en de Republiek Polen dragen elk hun eigen kosten in verband met de verzoeken tot interventie.
(1) PB C 395 van 10.11.2014.
Full & Egal Universal Law Academy