16.11.2015
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 381/31
Beschikking van het Gerecht van 16 september 2015 — VSM Geneesmiddelen/Commissie
(Zaak T-578/14) (1)
([„Beroep wegens nalaten en tot nietigverklaring - Consumentenbescherming - Gezondheidsclaims voor levensmiddelen - Verordening (EG) nr. 1924/2006 - Botanische substanties - Beroepstermijn - Ontbreken van procesbelang - Niet voor beroep vatbare handeling - Niet-ontvankelijkheid”])
(2015/C 381/34)
Procestaal: Engels
Partijen
Verzoekende partij: VSM Geneesmiddelen BV (Alkmaar, Nederland) (vertegenwoordiger: U. Grundmann, advocaat)
Verwerende partij: Europese Commissie (vertegenwoordigers: aanvankelijk J. Enegren, vervolgens M. Wilderspin en S. Grünheid, gemachtigden)
Voorwerp
Verzoek tot vaststelling dat de Commissie onrechtmatig heeft nagelaten opdracht te geven aan de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) de gezondheidsclaims over botanische substanties te beoordelen, hetgeen een voorafgaande voorwaarde is voor de vaststelling van de definitieve lijst van toegestane gezondheidsclaims overeenkomstig artikel 13, lid 3, van verordening (EG) nr. 1924/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 2006 inzake voedings- en gezondheidsclaims voor levensmiddelen (PB L 404, blz. 9), en subsidiair, verzoek tot nietigverklaring van het beweerdelijk in de brief van de Commissie van 29 juni 2014 vervatte besluit houdende weigering om EFSA opdracht te geven deze claims te beoordelen.
Dictum
1)
Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard.
2)
VSM Geneesmiddelen BV wordt verwezen in de kosten.
(1) PB C 339 van 29.9.2014.
Full & Egal Universal Law Academy