16.11.2015
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 381/36
Beschikking van het Gerecht van 17 juli 2015 — EEB/Commissie
(Zaak T-685/14) (1)
([„Milieu - Verordening (EG) nr. 1367/2006 - Besluit van de Commissie inzake de kennisgeving door Bulgarije van een nationaal plan voor de overgangsfase als bedoeld in artikel 32 van richtlijn 2010/75/EU inzake industriële emissies - Weigering van een interne herziening - Maatregel van individuele strekking - Verdrag van Aarhus - Beroepstermijn - Termijnoverschrijding - Beroep deels kennelijk niet-ontvankelijk en deels kennelijk rechtens ongegrond”])
(2015/C 381/42)
Procestaal: Engels
Partijen
Verzoekende partij: European Environmental Bureau (EEB) (Brussel, België) (vertegenwoordiger: S. Podskalská, advocaat)
Verwerende partij): Europese Commissie (vertegenwoordigers: L. Pignataro-Nolin, S. Petrova en G. Wilms, gemachtigden)
Voorwerp
Ten eerste, een verzoek tot nietigverklaring van besluit C (2014) 2002 final van de Commissie van 31 maart 2014 inzake de kennisgeving door de Republiek Bulgarije van een nationaal plan voor de overgangsfase als bedoeld in artikel 32 van richtlijn 2010/75/EU inzake industriële emissies, en, ten tweede, een verzoek tot nietigverklaring van besluit Ares (2014) 2317513 van de Commissie van 11 juli 2014 waarbij verzoekers verzoek tot herziening van het besluit 31 maart 2014 niet-ontvankelijk is verklaard
Dictum
1)
Het beroep wordt verworpen.
2)
Op de verzoeken tot interventie van het Europese Parlement en van de Raad van de Europese Unie hoeft niet meer te worden beslist.
3)
Het European Environmental Bureau (EEB) wordt verwezen in zijn eigen kosten en in die van de Europese Commissie.
4)
Het EEB, de Commissie, het Parlement en de Raad dragen elk hun eigen kosten in verband met de verzoeken tot interventie.
(1) PB C 431 van 1.12.2014.
Full & Egal Universal Law Academy