29.3.2014
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 93/28
Beroep ingesteld op 29 januari 2014 — Good Luck Shipping/Raad
(Zaak T-64/14)
2014/C 93/49
Procestaal: Engels
Partijen
Verzoekende partij: Good Luck Shipping LLC (Dubai, Verenigde Arabische Emiraten) (vertegenwoordigers: F. Randolph, QC (Queen’s Counsel), M. Lester, Barrister en M. Taher, Solicitor)
Verwerende partij: Raad van de Europese Unie
Conclusies
—
besluit 2013/661/GBVB van de Raad van 15 november 2013 houdende wijziging van besluit 2010/413/GBVB betreffende beperkende maatregelen tegen Iran (PB L 306, blz. 18) en uitvoeringsverordening (EU) nr. 1154/2013 van de Raad van 15 november 2013 tot uitvoering van verordening (EU) nr. 267/2012 betreffende beperkende maatregelen ten aanzien van Iran (PB L 306, blz. 3) nietig verklaren;
—
besluit 2013/497/GBVB (1) van de Raad 10 oktober 2013 en verordening (EU) nr. 971/2013 (2) van de Raad 10 oktober 2013 („oktobermaatregelen”) niet-toepasselijk verklaren op grondslag van artikel 277 VWEU;
—
verweerder verwijzen in de kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van haar beroep voert de verzoekende partij zeven middelen aan.
1)
Eerste middel: de oktobermaatregelen dienen niet-toepasselijk te worden verklaard voor zover zij betrekking hebben op verzoekster en zij hebben geen juiste rechtsgrondslag.
2)
Tweede middel: de Raad heeft verzoeksters gewettigde vertrouwen en de beginselen van onherroepelijkheid, rechtszekerheid, non bis in idem, res judicata en non-discriminatie geschonden.
3)
Derde middel: de Raad heeft zijn motiveringsplicht geschonden.
4)
Vierde middel: de Raad heeft verzoeksters recht van verweer geschonden.
5)
Vijfde middel: de Raad heeft blijk gegeven van een kennelijk onjuiste opvatting door te oordelen dat aan een van de criteria voor plaatsing op de lijst was voldaan wat verzoekster betreft, en heeft geen bewijs overgelegd dat verzoeksters plaatsing op de lijst rechtvaardigt.
6)
Zesde middel: de bestreden maatregelen schenden verzoeksters grondrechten, daaronder begrepen het recht op eerbiediging van haar reputatie en eigendom.
7)
Zevende middel: de Raad heeft zijn bevoegdheden misbruikt door de bestreden maatregelen vast te stellen; dat de Raad zich specifiek op verzoekster richt zonder rekening te houden met een uitspraak van het Gerecht, vormt geen juist gebruik van zijn bevoegdheden.
(1) Besluit 2013/497/GBVB van de Raad van 10 oktober 2013 houdende wijziging van besluit 2010/413/GBVB betreffende beperkende maatregelen tegen Iran (PB 2013 L 272, blz. 46).
(2) Verordening (EU) nr. 971/2013 van de Raad van 10 oktober 2013 tot wijziging van verordening (EU) nr. 267/2012 betreffende beperkende maatregelen tegen Iran (PB L 272, blz. 1).
Full & Egal Universal Law Academy