5.5.2014
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 135/44
Beroep ingesteld op 31 januari 2014 — Frankrijk/Commissie
(Zaak T-74/14)
2014/C 135/56
Procestaal: Frans
Partijen
Verzoekende partij: Franse Republiek (vertegenwoordigers: E. Belliard, G. de Bergues, D. Colas en J. Bousin, gemachtigden)
Verwerende partij: Europese Commissie
Conclusies
De verzoekende partij verzoekt het Gerecht:
—
besluit C(2013) 7066 final van de Europese Commissie van 20 november 2013 betreffende steunmaatregel SA.16237 die Frankrijk ten uitvoer heeft gelegd ten gunste van de Société Nationale Corse Méditerranée in zijn geheel nietig te verklaren;
—
de Commissie te verwijzen in de kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
Met haar beroep vordert verzoekster nietigverklaring van besluit C(2013) 7066 final van de Commissie van 20 november 2013, waarbij de Commissie heeft vastgesteld dat zowel het saldo van de op 18 februari 2002 door de Franse autoriteiten aangemelde herstructureringssteun, dat 15,81 miljoen EUR bedraagt, als de drie maatregelen die de Franse autoriteiten in 2006 ten gunste van de Société Nationale Corse Méditerranée (hierna: „SNCM”) ten uitvoer hebben gelegd — te weten de overdracht van 75 % van SNCM tegen de negatieve prijs van 158 miljoen EUR, de kapitaalverhoging van 8,75 miljoen EUR waarop is ingeschreven voor de Compagnie générale maritime et financière (hierna: „CGMF”), en het voorschot in rekening-courant van 38,5 miljoen EUR — onrechtmatige en met de interne markt onverenigbare staatssteun vormen. Bijgevolg heeft de Commissie de terugvordering ervan gelast.
Ter ondersteuning van haar beroep voert verzoekster vier middelen aan.
1.
De Commissie heeft verzoeksters rechten van verdediging geschonden, aangezien zij geweigerd heeft om de formele onderzoeksprocedure te heropenen na het arrest van het Gerecht van 11 september 2012, Corsica Ferries France/Commissie (T-565/08, nog niet gepubliceerd in de Jurisprudentie).
2.
Voor het geval het Gerecht zou oordelen dat de Commissie de formele onderzoeksprocedure terecht niet heeft heropend na het arrest van 11 september 2012, voert verzoekster subsidiair aan dat de Commissie het begrip staatssteun in de zin van artikel 107, lid 1, VWEU heeft geschonden, aangezien zij zich op het standpunt heeft gesteld dat de maatregelen van 2006 moesten worden aangemerkt als staatssteun in de zin van die bepaling. Dit middel valt uiteen in drie onderdelen. Verzoekster betoogt dat de Commissie artikel 107, lid 1, VWEU heeft geschonden:
—
doordat zij heeft vastgesteld dat de overdracht van 75 % van SNCM tegen de negatieve prijs van 158 miljoen EUR moest worden aangemerkt als staatssteun en dat in casu niet was voldaan aan het criterium van de particuliere investeerder;
—
doordat zij heeft vastgesteld dat de kapitaalinbreng van 8,75 miljoen moest worden aangemerkt als staatssteun, en
—
doordat zij heeft vastgesteld dat het voorschot in rekening-courant van 38,5 miljoen EUR ten gunste van de werknemers van SNCM moest worden aangemerkt als staatssteun in de zin van die bepaling.
3.
Voor het geval het Gerecht zou oordelen dat de Commissie de formele onderzoeksprocedure terecht niet heeft heropend na het arrest van 11 september 2012, voert verzoekster subsidiair ook aan dat de Commissie artikel 107, lid 3, sub c, VWEU heeft geschonden, aangezien zij heeft vastgesteld dat de kapitaalinbreng van 15,81 miljoen EUR die in 2002 was aangemeld als herstructureringssteun, moest worden aangemerkt als met de interne markt onverenigbare staatssteun.
4.
De Commissie heeft de motiveringsplicht geschonden.
Full & Egal Universal Law Academy