12.5.2014
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 142/36
Beroep ingesteld op 14 februari 2014 — Société Générale/Commissie
(Zaak T-98/14)
2014/C 142/47
Procestaal: Frans
Partijen
Verzoekende partij: Société Générale SA (Parijs, Frankrijk) (vertegenwoordigers: P. Zelenko, J. Marthan en D. Kupka, advocaten)
Verwerende partij: Europese Commissie
Conclusies
De verzoekende partij verzoekt het Gerecht:
—
artikel 2, sub c, van besluit C (2013) 8512 final van de Europese Commissie van 4 december 2013 in de zaak EIRD nietig te verklaren, voor zover haar daarbij een geldboete is opgelegd;
—
het bedrag van de haar bij dit besluit opgelegde geldboete te verlagen tot een billijk bedrag;
—
de Europese Commissie hoe dan ook te verwijzen in alle kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van haar beroep voert verzoekster drie middelen aan.
1.
De Commissie heeft bij de vaststelling van de methode ter berekening van de waarde van de verkopen een kennelijke beoordelingsfout gemaakt, aangezien de op basis van die methode in het bestreden besluit vastgestelde waarden niet op getrouwe wijze de posities van de diverse vervolgde banken weergeven op de markt waarop de inbreuk betrekking heeft tijdens de inbreukperiode (eerste onderdeel). Verzoekster betoogt dat de Commissie aldus haar zorgplicht niet is nagekomen (tweede onderdeel) alsook het gelijkheidsbeginsel (derde onderdeel) en het vertrouwensbeginsel (vierde onderdeel) heeft geschonden.
2.
De Commissie heeft niet afdoende haar keuze gemotiveerd voor de methode ter berekening van de waarde van de verkopen van de vervolgde banken.
3.
Het Gerecht wordt verzocht op basis van zijn volledige rechtsmacht het bedrag van de aan verzoekster opgelegde geldboete te verlagen tot een billijk bedrag, dat getrouw de respectieve posities van de vervolgde banken op de betrokken markt weergeeft.
Full & Egal Universal Law Academy