12.5.2014
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 142/38
Beroep ingesteld op 17 februari 2014 — Škugor e.a./Europese Unie
(Zaak T-109/14)
2014/C 142/50
Procestaal: Kroatisch
Partijen
Verzoekende partijen: Davor Škugor (Sisak, Kroatië), Ivan Gerometa (Vrsar, Kroatië), Kristina Samardžić (Split, Kroatië), Sandra Cindrić (Karlovac, Kroatië), Sunčica Gložinić (Varaždin, Kroatië), Tomislav Polić (Kaštel Novi, Kroatië), Vlatka Pižeta (Varaždin) (vertegenwoordiger: Mato Krmek, advocaat)
Verwerende partij: Europese Unie
Conclusies
De verzoekende partijen verzoeken het Gerecht:
—
een arrest te wijzen tot vaststelling dat de Europese Unie verzoekers schadeloos moet stellen voor de schade als gevolg van de niet-nakoming door de Europese Commissie van de krachtens artikel 36 van de Toetredingsakte (bijlage VII, punt 1) op haar rustende verplichting toe te zien op de uitvoering van het Verdrag betreffende de toetreding van de Republiek Kroatië tot de Europese Unie, wat de instelling van het gerechtsdeurwaardersambt in de Kroatische rechtsorde betreft;
—
de beraadslagingen over het bedrag van de vordering op te schorten tot het arrest in de onderhavige zaak gezag van gewijsde heeft gekregen, en
—
de beslissing omtrent de kosten aan te houden tot het volgende arrest.
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van hun beroep voeren de verzoekende partijen drie middelen aan.
1.
Eerste middel: de Europese Commissie is de verplichtingen niet nagekomen die op haar rusten krachtens artikel 36 van de Toetredingsakte (bijlage VII, punt 1), die integraal deel uitmaakt van het tussen de Republiek Kroatië en de lidstaten van de Europese Unie gesloten Verdrag betreffende de toetreding tot de Europese Unie [Narodne novine — Međunarodni ugovori nr. 2/12 (Publicatieblad — Internationale verdragen)], voor zover zij zich niet heeft verzet tegen de intrekking van de normen tot instelling en regeling van het gerechtsdeurwaardersambt die Kroatië tijdens de onderhandelingen over zijn toetreding tot de Europese Unie had vastgesteld. Artikel 36 van de Toetredingsakte belast de Commissie met het toezicht (monitoring) op alle verbintenissen die Kroatië tijdens die toetredingsonderhandelingen is aangegaan, en dus op de juridische verbintenissen die Kroatië is aangegaan om het deurwaardersambt in te stellen en alle noodzakelijke voorwaarden te creëren zodat dat ambt uiterlijk op 1 januari 2012 ten volle in de Kroatische rechtsorde is ingevoerd. Niettemin is de Europese Commissie niet bevoegd om een eenzijdige wijziging van de aldus door Kroatië aangegane verplichting toe te staan.
2.
Tweede middel: doordat de Europese Commissie de voormelde inbreuk heeft gemaakt, heeft zij verzoekers rechtstreeks schade berokkend, aangezien die als gerechtsdeurwaarder waren aangesteld en erop mochten vertrouwen dat zij hun ambt vanaf 1 januari 2012 zouden kunnen vervullen.
3.
Derde middel: door de op haar rustende verplichtingen niet na te komen, heeft de Commissie de grenzen van haar discretionaire bevoegdheid kennelijk en in ernstige mate overschreden en, door het gewettigd vertrouwen van verzoekers te schenden, die als gerechtsdeurwaarder waren aangesteld, heeft zij hun aanzienlijke materiële en immateriële schade toegebracht die de Europese Unie overeenkomstig artikel 340, tweede alinea, VWEU dient te vergoeden.
Full & Egal Universal Law Academy