28.4.2014
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 129/33
Beroep ingesteld op 17 februari 2014 — Bunge Argentina/Raad
(Zaak T-116/14)
2014/C 129/40
Procestaal: Engels
Partijen
Verzoekende partij: Bunge Argentina SA (Buenos Aires, Argentinië) (vertegenwoordigers: J. Bellis en R. Luff, advocaten)
Verwerende partij: Raad van de Europese Unie
Conclusies
—
uitvoeringsverordening (EU) nr. 1194/2013 van de Raad van 19 november 2013 tot instelling van een definitief antidumpingrecht en tot definitieve inning van het voorlopige recht op biodiesel van oorsprong uit Argentinië en Indonesië (PB L 315, blz. 2) nietig verklaren, voor zover zij verzoekster betreft;
—
verweerder verwijzen in de kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
Verzoekster baseert haar beroep op drie middelen.
1.
Eerste middel: de instellingen hebben de feiten kennelijk onjuist beoordeeld door te concluderen dat de prijzen van sojabonen en sojaboonolie zijn verstoord, waardoor de toepassing van artikel 2, lid 5, tweede alinea, van de basisantidumpingverordening (1) was gerechtvaardigd.
2.
Tweede middel: artikel 2, lid 5, tweede alinea, van de basisantidumpingverordening mag niet als uitgelegd door de instellingen in de onderhavige zaak worden toegepast op invoer van een WTO-lid, daar deze uitlegging onverenigbaar is met de WTO-antidumpingovereenkomst.
3.
Derde middel: de schadebepaling houdt in strijd met artikel 3, lid 7, van de basisantidumpingverordening geen rekening met factoren die het oorzakelijk verband tussen de gestelde schade en de beweerdelijk gedumpte invoer verbreken.
(1) Verordening (EG) nr. 1225/2009 van de Raad betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Gemeenschap (PB L 343, blz. 51)
Full & Egal Universal Law Academy