28.7.2014
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 245/22
Beroep ingesteld op 1 mei 2014 — PKK/Raad
(Zaak T-316/14)
2014/C 245/30
Procestaal: Engels
Partijen
Verzoekende partij: Koerdische Arbeiderspartij (PKK) (vertegenwoordigers: A. van Eik, T. Buruma en M. Wijngaarden, advocaten)
Verwerende partij: Raad van de Europese Unie
Conclusies
—
uitvoeringsverordening (EU) nr. 125/2014 van de Raad (1) nietig verklaren voor zover zij de PKK (alias KADEK, alias KONGRA-GEL) betreft;
—
vaststellen dat verordening (EG) nr. 2580/2001 van de Raad (2) niet van toepassing is op de PKK (alias KADEK, alias KONGRA-GEL);
—
subsidiair, vaststellen dat een lichtere maatregel dan handhaving op de lijst gerechtvaardigd is;
—
verweerder verwijzen in de kosten en interesten.
Middelen en voornaamste argumenten
Ter staving van haar beroep voert de verzoekende partij acht middelen aan.
1.
Eerste middel: uitvoeringsverordening (EU) nr. 125/2014 van de Raad is nietig voor zover zij de PKK betreft, en/of verordening (EG) nr. 2580/2001 van de Raad is niet van toepassing, aangezien geen rekening is gehouden met het recht bij gewapende conflicten.
2.
Tweede middel: uitvoeringsverordening (EU) nr. 125/2014 is nietig voor zover zij de PKK betreft, aangezien de PKK niet kan worden aangemerkt als een „terroristische organisatie” in de zin van artikel 1, lid 3, van gemeenschappelijk standpunt 2001/931/GBVB van de Raad. (3)
3.
Derde middel: uitvoeringsverordening (EU) nr. 125/2014 is nietig voor zover zij de PKK betreft, aangezien er geen beslissing is genomen door een bevoegde instantie, zoals vereist door artikel 1, lid 4, van gemeenschappelijk standpunt 2001/931/GBVB van de Raad.
4.
Vierde middel: uitvoeringsverordening (EU) nr. 125/2014 is nietig voor zover zij de PKK betreft, aangezien de verordening gedeeltelijk is gebaseerd op informatie die is verkregen via foltering of mishandeling, waarbij de grondrechten niet zijn geëerbiedigd, de beginselen niet zijn nageleefd en de toepassing ervan niet is bevorderd zoals vereist door artikel 51 van het Handvest van de Grondrechten.
5.
Vijfde middel: uitvoeringsverordening (EU) nr. 125/2014 is nietig voor zover zij de PKK betreft, aangezien de Raad geen gedegen heroverweging heeft uitgevoerd zoals vereist door artikel 1, lid 6, van gemeenschappelijk standpunt 2001/931/GBVB van de Raad.
6.
Zesde middel: uitvoeringsverordening (EU) nr. 125/2014 is nietig voor zover zij de PKK betreft, aangezien zij het evenredigheids- en het subsidiariteitsbeginsel schendt.
7.
Zevende middel: uitvoeringsverordening (EU) nr. 125/2014 is nietig voor zover zij de PKK betreft, aangezien daarin de motiveringsplicht van artikel 296 VWEU niet is nagekomen.
8.
Achtste middel: uitvoeringsverordening (EU) nr. 125/2014 is nietig voor zover zij de PKK betreft, aangezien zij in strijd is met PKK’s recht van verdediging en met het recht op effectieve rechterlijke bescherming.
(1) Uitvoeringsverordening (EU) nr. 125/2014 van de Raad van 10 februari 2014 tot uitvoering van artikel 2, lid 3, van verordening (EG) nr. 2580/2001 inzake specifieke beperkende maatregelen tegen bepaalde personen en entiteiten met het oog op de strijd tegen het terrorisme, en tot intrekking van uitvoeringsverordening (EU) nr. 714/2013.
(2) Verordening (EG) nr. 2580/2001 van de Raad van 27 december 2001 inzake specifieke beperkende maatregelen tegen bepaalde personen en entiteiten met het oog op de strijd tegen het terrorisme.
(3) Gemeenschappelijk standpunt van 27 december 2001 betreffende de toepassing van specifieke maatregelen ter bestrijding van het terrorisme.
Full & Egal Universal Law Academy