4.8.2014
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 253/51
Beroep ingesteld op 10 juni 2014 — Duro Felguera/Commissie
(Zaak T-401/14)
2014/C 253/67
Procestaal: Spaans
Partijen
Verzoekende partij: Duro Felguera, SA (Gijón, Spanje) (vertegenwoordiger: A. López Gómez, advocaat)
Verwerende partij: Europese Commissie
Conclusies
—
het bestreden besluit nietig verklaren;
—
subsidiair, het bestreden besluit nietig verklaren, voor zover het pakket belastingmaatregelen dat in dat besluit wordt aangeduid als de „Spaanse belasting-leaseregeling”, daarin wordt aangemerkt als nieuwe en met de interne markt onverenigbare staatssteun;
—
subsidiair, de artikelen 1 en 4 van het bestreden besluit nietig verklaren, waarin de investeerders van de economische samenwerkingsverbanden (ESV’s) worden genoemd als enige begunstigden van de vermeende steun en als enige adressaten van het bevel tot terugvordering;
—
subsidiair, artikel 4 van het bestreden besluit nietig verklaren, voor zover daarin terugvordering van de vermeende steun wordt gelast in strijd met de algemene beginselen van Unierecht;
—
subsidiair, artikel 4 van het bestreden besluit nietig verklaren, voor zover daarin uitspraak wordt gedaan over de rechtmatigheid van de particuliere overeenkomsten tussen de investeerders en andere entiteiten, en
—
de Commissie verwijzen in alle kosten van de procedure.
Middelen en voornaamste argumenten
Het hier in geding zijnde besluit is hetzelfde als dat in zaak T-515/13, Spanje/Commissie.
Ter ondersteuning van haar beroep voert de verzoekende partij zes middelen aan.
1.
Eerste middel: schending van artikel 107 VWEU, voor zover de Spaanse belasting-leaseregeling en de maatregelen waaruit die regeling bestaat in het bestreden besluit als staatssteun worden aangemerkt. Volgens verzoekster is de algemene benaderingswijze van de Commissie onjuist, aangezien zij een samenstel van particuliere rechtshandelingen die door de belastingplichtigen zijn verricht met het oog op winstoptimalisatie, verwart met de invoering door de belastingautoriteiten van een ad hoc-regeling om fiscale voordelen te genereren.
2.
Tweede middel: onjuiste bepaling van de begunstigde van de steun door de Commissie, aangezien zij zelf erkent dat de steun — of het grootste deel daarvan — gaat naar de reder die het schip koopt, en niet naar het ESV. Hoewel de vervroegde afschrijving wordt aangevraagd door het ESV en het aanvankelijk de leden van het ESV zijn die ervan profiteren, komt 90 % van dat voordeel uiteindelijk ten goede aan de rederijen.
3.
Derde middel: schending van de artikelen 107 VWEU en 108 VWEU, voor zover het bestreden besluit de toepassing van de Spaanse tonnagebelastingregeling in bepaalde gevallen aanmerkt als nieuwe steun in plaats van als bestaande steun.
4.
Vierde middel: schending van de artikelen 107 VWEU en 296 VWEU, voor zover de Commissie ontoereikend heeft gemotiveerd waarom zij de ESV’s en de investeerders daarvan beschouwt als uiteindelijke en enige begunstigden van de staatssteun, die gehouden zijn de steun terug te betalen.
5.
Vijfde, subsidiair aangevoerde middel: terugvordering van de steun kan niet worden gelast wegens schending van de algemene beginselen van gelijke behandeling, evenredigheid en gewettigd vertrouwen.
6.
Zesde, subsidiair aangevoerde middel: schending van het beginsel van bevoegdheidstoewijzing, de artikelen 107 VWEU en 108 VWEU, artikel 14 van verordening nr. 659/1999 van de Raad en artikel 16 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, voor zover in het bestreden besluit uitspraak wordt gedaan over de rechtsgeldigheid van bepalingen in particuliere overeenkomsten naar Spaans recht die zijn gesloten tussen de investeerders en andere entiteiten.
Full & Egal Universal Law Academy