25.8.2014
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 282/43
Beroep ingesteld op 16 juni 2014 — Verenigd Koninkrijk/Commissie
(Zaak T-437/14)
2014/C 282/57
Procestaal: Engels
Partijen
Verzoekende partij: Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland (vertegenwoordigers: V. Wakefield, Barrister, en M. Holt, gemachtigde)
Verwerende partij: Europese Commissie
Conclusies
—
nietigverklaring van negen posten (namelijk de achtste, de negende en de tiende post op blz. 51; en de eerste zes posten op blz. 52) van de bijlage bij het uitvoeringsbesluit van de Commissie van 4 april 2014 houdende onttrekking aan EU-financiering van bepaalde uitgaven die de lidstaten hebben verricht in het kader van het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw (EOGFL), afdeling Garantie, in het kader van het Europees Landbouwgarantiefonds (ELGF) of in het kader van het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (Elfpo) [kennisgeving geschied onder nummer C(2014) 2008] (PB L 104, blz. 43);
—
verwijzing van de Commissie in de kosten van het Verenigd Koninkrijk.
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van zijn beroep voert verzoeker drie middelen aan, die alle betrekking hebben op de uitlegging door de Commissie van uit de regelgeving voortvloeiende beheerseis 8 („RBE 8”) in verordening (EG) nr. 1782/2003 van de Raad (1), verordening (EG) nr. 73/2009 van de Raad (2) en verordening (EG) nr. 21/2004 van de Raad (3).
1.
De Commissie heeft een onjuiste uitlegging gegeven van RBE 8. De drie voornaamste argumenten ter ondersteuning van dit middel zijn:
—
het wetgevingsbesluit tot uitsluiting van de artikelen 6, 7 en 8 van RBE 8 moet ten uitvoer worden gelegd;
—
de opname van de artikelen 4 en 5 in RBE 8 wijst erop dat artikel 3 niet volstaat om de „elementen” ervan als verplichtingen in het kader van de randvoorwaarden vast te leggen; en
—
aan het besluit van de EU-wetgever ligt het doel ten grondslag om de artikelen 4 en 5 anders te behandelen dan de artikelen 6, 7 en 8.
2.
Bij de uitlegging van RBE 8 heeft de Commissie het rechtszekerheidsbeginsel geschonden, dat met name van toepassing is wanneer een maatregel financiële gevolgen heeft en/of tot de oplegging van een sanctie leidt, en dat vereist dat onzekerheid wordt weggenomen ten gunste van de landbouwer.
3.
Bij de uitlegging van RBE 8 heeft de Commissie de beginselen van non-discriminatie en gelijke behandeling geschonden, die vereisen dat een landbouwer die een artikel van verordening nr. 21/2004 heeft geschonden dat niet is vermeld in RBE 8, niet op dezelfde wijze wordt behandeld als een landbouwer die een artikel van verordening nr. 21/2004 heeft geschonden dat wel is vermeld in RBE 8.
(1) Verordening (EG) nr. 1782/2003 van de Raad van 29 september 2003 tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor regelingen inzake rechtstreekse steunverlening in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot vaststelling van bepaalde steunregelingen voor landbouwers en houdende wijziging van de verordeningen (EEG) nr. 2019/93, (EG) nr. 1452/2001, (EG) nr. 1453/2001, (EG) nr. 1454/2001, (EG) nr. 1868/94, (EG) nr. 1251/1999, (EG) nr. 1254/1999, (EG) nr. 1673/2000, (EEG) nr. 2358/71 en (EG) nr. 2529/2001 (PB L 270, blz. 1).
(2) Verordening (EG) nr. 73/2009 van de Raad van 19 januari 2009 tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor regelingen inzake rechtstreekse steunverlening aan landbouwers in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot vaststelling van bepaalde steunregelingen voor landbouwers, tot wijziging van verordeningen (EG) nr. 1290/2005, (EG) nr. 247/2006, (EG) nr. 378/2007 en tot intrekking van verordening (EG) nr. 1782/2003 (PB L 30, blz. 16).
(3) Verordening (EG) nr. 21/2004 van de Raad van 17 december 2003 tot vaststelling van een identificatie- en registratieregeling voor schapen en geiten en tot wijziging van verordening (EG) nr. 1782/2003 en de richtlijnen 92/102/EEG en 64/432/EEG (PB L 5, blz. 8).
Full & Egal Universal Law Academy