15.9.2014
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 315/67
Beroep ingesteld op 18 juni 2014 — EMA/Commissie
(Zaak T-462/14)
2014/C 315/112
Procestaal: Engels
Partijen
Verzoekende partij: Europees Milieuagentschap (EMA) (Brussel, België) (vertegenwoordiger: B. Kloostra, advocaat)
Verwerende partij: Europese Commissie
Conclusies
De verzoekende partij verzoekt het Gerecht:
—
het bestreden besluit van de Commissie van 8 april 2014 nietig te verklaren;
—
de Commissie te verwijzen in de kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
Verzoekers beroep strekt tot nietigverklaring van het besluit van de Commissie van 8 april 2014 [Ares (2014)1102834] waarbij zijn verzoek tot interne herziening van besluit 2013/687/EU van de Commissie van 26 november 2013 inzake de kennisgeving door de Helleense Republiek van een nationaal plan voor de overgangsfase als bedoeld in artikel 32 van richtlijn 2010/75/EU van het Europees Parlement en de Raad inzake industriële emissies, niet ontvankelijk is verklaard.
Ter ondersteuning van zijn beroep voert verzoeker drie middelen aan.
1.
Het eerste middel is ontleend aan de onrechtmatigheid van artikel 10, juncto artikel 2, lid 1, sub g, van verordening nr. 1367/2006. (1) Verzoeker stelt dat de Commissie het bestreden besluit in strijd met artikel 9, lid 3, van het Verdrag van Aarhus heeft vastgesteld, aangezien de door de Commissie toegepaste bepalingen — artikel 10, juncto artikel 2, lid 1, sub g, van verordening nr. 1367/2006 — onverenigbaar zijn met artikel 9, lid 3, van het Verdrag van Aarhus. Gelet op de onrechtmatigheid van deze bepalingen van verordening nr. 1367/2006 had de Commissie het verzoek tot interne herziening in overweging moeten nemen.
2.
Met het tweede, subsidiair aangevoerde middel betoogt verzoeker dat de Commissie door de vaststelling van het bestreden besluit haar verplichting niet is nagekomen om zoveel als mogelijk in overeenstemming met het Verdrag van Aarhus te handelen. Volgens hem had de Commissie artikel 10 van verordening nr. 1367/2006 — inzonderheid de bewoordingen „administratieve handeling” in deze bepaling — conform artikel 9, lid 3, van het Verdrag van Aarhus moeten uitleggen en had zij moeten voorbijgaan aan de definitie die in artikel 2, lid 1, sub g, van verordening nr. 1367/2006 aan het begrip „administratieve handeling” wordt gegeven, die zijns inziens veel te restrictief is.
3.
Met het derde, meer subsidiair aangevoerde middel betoogt verzoeker dat de Commissie het bestreden besluit in strijd met artikel 2, lid 1, sub g, van verordening nr. 1367/2006 heeft vastgesteld door te oordelen dat besluit 2013/687/EU van de Commissie niet als een maatregel van een individuele strekking kan worden aangemerkt.
(1) Verordening (EG) nr. 1367/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 6 september 2006 betreffende de toepassing van de bepalingen van het Verdrag van Aarhus betreffende toegang tot informatie, inspraak bij besluitvorming en toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden op de communautaire instellingen en organen (PB 2006 L 264, blz. 13).
Full & Egal Universal Law Academy