25.8.2014
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 282/49
Beroep ingesteld op 27 juni 2014 — CHEMK en KF/Commissie
(Zaak T-487/14)
2014/C 282/64
Procestaal: Engels
Partijen
Verzoekende partijen: Chelyabinsk electrometallurgical integrated plant OAO (CHEMK) (Chelyabinsk, Rusland) en Kuzneckie ferrosplavy OAO (KF) (Novokuznetsk, Rusland) (vertegenwoordigers: B. Evtimov en M. Krestiyanova, advocaten)
Verwerende partij: Europese Commissie
Conclusies
Verzoeksters verzoeken het Gerecht:
—
uitvoeringsverordening (EU) nr. 360/2014 van de Commissie van 9 april 2014 tot instelling van een definitief antidumpingrecht op ferrosilicium van oorsprong uit de Volksrepubliek China en Rusland naar aanleiding van een nieuw onderzoek bij het vervallen van de maatregelen op grond van artikel 11, lid 2, van verordening (EG) nr. 1225/2009 van de Raad (1) (hierna: „basisverordening”) (PB L 107, blz. 13) nietig te verklaren, en
—
de Europese Commissie te verwijzen in de kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van hun beroep voeren verzoeksters drie middelen aan.
1.
Eerste middel: de Commissie heeft blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting door artikel 2, lid 9, van de basisverordening onjuist uit te leggen, en/of heeft een kennelijke beoordelingsfout gemaakt door te oordelen dat het bestaan van een enkele economische eenheid irrelevant is voor de samenstelling van de uitvoerprijs (met inbegrip van een correctie) overeenkomstig artikel 2, lid 9, van de basisverordening, zodat het gerechtvaardigd was alle VAA-kosten en de winst van RFA International van de samengestelde uitvoerprijs van de CHEMK-groep af te trekken. Voor zover de Commissie zich voor die vaststellingen heeft gebaseerd op de afwijzing van verzoeksters’ bewering dat zij deel uitmaakten van een enkele economische eenheid, berust ook die afwijzing op een onjuiste rechtsopvatting en/of een kennelijke beoordelingsfout.
2.
Tweede middel: de Commissie heeft artikel 11, lid 10, en daarmee samenhangend artikel 11, lid 9, van de basisverordening geschonden door de antidumpingrechten af te trekken van verzoeksters’ samengestelde uitvoerprijs. De Commissie heeft artikel 11, lid 9, van de basisverordening geschonden door een nieuwe methode toe te passen om te bepalen of de rechten correct worden weergegeven in de wederverkoopprijs, die verschilde van de methode die werd gehanteerd bij het laatste tussentijdse onderzoek dat heeft geleid tot de op verzoeksters geheven rechten.
3.
Derde middel: de Commissie heeft bij de vaststellingen inzake de waarschijnlijkheid van de herhaling van schadelijke dumping wat betreft de Russische invoer de feiten en het bewijs op een aantal punten kennelijk onjuist beoordeeld.
(1) Verordening (EG) nr. 1225/2009 van de Raad van 30 november 2009 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Gemeenschap (PB L 343, blz. 51).
Full & Egal Universal Law Academy