10.11.2014
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 395/50
Beroep ingesteld op 26 juni 2014 — Green Source Poland/Commissie
(Zaak T-512/14)
2014/C 395/63
Procestaal: Engels
Partijen
Verzoekende partij: Green Source Poland sp. z o.o. (Warschau, Polen) (vertegenwoordigers: M. Merola en L. Armati, advocaten)
Verwerende partij: Europese Commissie
Conclusies
Verzoekster verzoekt het Gerecht:
—
het besluit nietig te verklaren;
—
de Commissie te verwijzen in de kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
Met haar beroep verzoekt de verzoekende partij om nietigverklaring van besluit C(2014) 2289 final van de Commissie van 7 april 2014, waarbij deze instelling heeft geweigerd om een financiële bijdrage uit het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling te verlenen voor het voorgestelde grote project „Purchase and implementation of innovative manufacturing technology of biocomponents to produce biofuels” („Aankoop en tenuitvoerlegging van innovatieve productietechnologie inzake biobestanddelen, met het oog op de vervaardiging van biobrandstoffen”), dat deel uitmaakte van het operationele programma „Innovative Economy” („Innovatieve economie”) voor structurele bijstand op basis van de convergentiedoelstelling in Polen.
Ter ondersteuning van haar beroep voert verzoekster zes middelen aan.
1.
De Commissie heeft de bevoegdheden overschreden die haar zijn toebedeeld bij artikel 41 van verordening nr. 1083/2006 (1), en heeft het rechtszekerheids- en het evenredigheidsbeginsel geschonden door de facto bindende werking toe te kennen aan een nog niet goedgekeurd voorstel voor een richtlijn, te weten het voorstel voor de „ILUC-richtlijn” (Indirect Land Use Change) (2). Verzoekster betoogt dat de weigering in werkelijkheid niet gebaseerd was op het feit dat het project — te weten een productiefaciliteit van de eerste generatie voor de vervaardiging van biobrandstoffen uit voedingsgewassen — niet het vereiste hoge innovatieniveau haalde, maar wel op het feit dat dit project niet strookte met het voorstel voor de ILUC-richtlijn, waarin biobrandstoffen van de tweede generatie, die worden vervaardigd uit andere gewassen dan voedingsgewassen, worden gepromoot. De Commissie heeft dus op basis van toekomstige wetgeving een bijdrage uit het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling geweigerd.
2.
De Commissie heeft de motiveringsplicht geschonden en een kennelijke beoordelingsfout gemaakt door aan te nemen dat het voorstel voor de ILUC-richtlijn de levensvatbaarheid van de voorgestelde fabriek bedreigt. Verzoekster voert aan dat de Commissie ten onrechte heeft geconstateerd dat de levensvatbaarheid van de fabriek op lange termijn (vanaf 2020) twijfelachtig was, op basis van speculaties dat na 2020 nog enkel financiële steun zou worden verleend voor biobrandstoffen die worden vervaardigd uit andere gewassen dan voedingsgewassen.
3.
De Commissie heeft misbruik gemaakt van de procedure en het evenredigheidsbeginsel geschonden, aangezien de opeenvolgende gronden waarop zij de bijdrage uit het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling heeft geweigerd, inconsistent en gekunsteld waren.
4.
De Commissie heeft artikel 41 van verordening nr. 1083/2006 geschonden, aangezien zij bij haar beoordelingen ook nog andere criteria in aanmerking heeft genomen dan die welke in het relevante operationele programma waren vermeld, en op basis daarvan heeft geconcludeerd dat enkel „state-of-the-art-oplossingen” en „de meest innovatieve en moderne oplossingen” steun verdienden. Het operationele programma maakt echter enkel melding van nieuwe en moderne oplossingen, wat moet worden bekeken in het licht van de huidige stand van de industriële en de commerciële ontwikkeling in Polen en van de algemene doelstelling de ontwikkeling van de betrokken regio te bevorderen.
5.
De Commissie heeft artikel 41 van verordening nr. 1083/2006, de beginselen van behoorlijk bestuur en zorgvuldigheid en de motiveringsplicht geschonden.
6.
De Commissie heeft misbruik gemaakt van de procedure en de beginselen van inachtneming van een redelijke termijn en behoorlijk bestuur geschonden, en heeft inbreuk gemaakt op artikel 41, lid 2, van verordening nr. 1083/2006, waarin een termijn van drie maanden is neergelegd voor de vaststelling van besluiten inzake grote projecten. Verzoekster beweert dat de Commissie Polen onophoudelijk heeft verzocht om zijn verzoek in te trekken en steeds dezelfde vragen heeft herhaald of nieuwe, onderling onsamenhangende vragen heeft toegevoegd, waardoor de procedure uiteindelijk meer dan anderhalf jaar heeft aangesleept en de kans verminderde dat het voorgestelde project ook effectief zou worden uitgevoerd.
(1) Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad van 11 juli 2006 houdende algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds en het Cohesiefonds en tot intrekking van verordening (EG) nr. 1260/1999 (PB L 210, blz. 25).
(2) Voorstel COM(2012) 595 final voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van richtlijn 98/70/EG betreffende de kwaliteit van benzine en van dieselbrandstof en tot wijziging van richtlijn 2009/28/EG ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen.
Full & Egal Universal Law Academy